Onderzoek

In 2014 zijn bijna 690 miljoen ton goederen over de weg in Nederland verplaatst. Hiervan valt bijna twee procent (ruim 12 miljoen ton) onder de categorie gevaarlijke stoffen. Driekwart hiervan is vervoerd door Nederlandse vrachtauto’s en een kwart door buitenlandse vrachtauto’s. Vloeibare brandstoffen als diesel en benzine werden het meest vervoerd. In de provincie Zuid-Holland werd de helft van de gevaarlijke stoffen geladen. Dit meldt CBS.

Magazine editie

Begin 2015 heeft de DCMR Milieudienst een doelgroepanalyse uitgevoerd bij op- en overslagbedrijven van verpakte gevaarlijke stoffen. Daaruit kwam naar voren dat driekwart van de overtredingen betrekking heeft op dezelfde drie onderwerpen. Projectleider Danny Croese licht de resultaten toe.

Op de website van de overheid is de Evaluatie Registratiebesluit externe veiligheid gepubliceerd. In de begeleidende brief stelt staatssecretaris Mansveld (I&M) dat ze eind 2014 de evaluatie van het Registratiebesluit externe veiligheid (verder Registratiebesluit) heeft laten uitvoeren. Dit is gedaan door Royal HaskoningDHV. Het Registratiebesluit beoogt burgers en overheden informatie te bieden waarbij men een beeld kan vormen van risico’s van gevaarlijke stoffen in de omgeving.

Staatssecretaris Masveld (I&M) heeft het rapport Staat van de Veiligheid majeure risicobedrijven 2014 aan de Tweede Kamer aangeboden. Dit is de tweede rapportage over de veiligheidssituatie bij de Brzo-bedrijven in Nederland. Net als het jaar daarvoor hebben zich in 2014 geen langdurig onbeheerste veiligheidssituaties voorgedaan. Het aantal bedrijven waar geen enkele overtreding is geconstateerd is gestegen, en ook zijn er meer overtredingen binnen de gestelde termijn opgeheven.

De NS heeft een brief naar staatssecretaris Mansveld gestuurd, als reactie op de berichtgevingen over het gebruik van chroom-6 bij NS-dochterbedrijf NedTrain. Deze giftige verf is aangetroffen in oude verflagen van NS-treinen. NS bericht dat de risicovormende werkzaamheden zijn opgeschort nadat de stof werd aangetroffen. Er is onafhankelijk onderzoek gestart, waaruit blijkt dat de huidige veiligheidsvoorschriften bij NedTrain de risico’s op blootstelling minimaliseren.

In de Tweede Kamer zijn schriftelijke vragen gesteld door D66 over het gebruik van de verf chroom-6 in treinen.

Oost-Europese vrachtwagenchauffeurs die in de regio Zuid-Holland gevaarlijke stoffen vervoeren, letten vaak niet goed op de weg omdat zij vaak bezig zijn met andere dingen. Dat stelt burgemeester Dominic Schrijer van Zwijndrecht op basis van 'signalen' die hulpverleners geven. Het is daarom de hoogste tijd voor een onderzoek, vindt hij. Momenteel bereidt hij met het Instituut voor Fysieke Veiligheid een groot onderzoek voor in de Drechtsteden en Rijnmond naar mogelijke misstanden onder buitenlandse chauffeurs.

De kwantitatieve risicoanalyse (QRA) is een methode om het aantal acute slachtoffers te schatten door het inademen van gevaarlijke stoffen bij een ongeval. Probitrelaties zijn een onderdeel hiervan. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) heeft nu de methodiek om probitrelaties af te leiden grondig herzien. Een panel van deskundigen en het internationale bedrijfsleven waren hierbij betrokken.

Met de herziene methodiek is de afleiding van een probitrelatie meer transparant en verifieerbaar. Dit draagt bij aan een consistente berekening van de risico’s van productie, opslag, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen. Het uiteindelijke doel is een zo veilig mogelijk gebruik van deze stoffen.

Shell Moerdijk moet kritischer zijn op veiligheidsrisico’s bij het bedrijf. Dit blijkt uit het rapport ‘Explosies MSPO2 Shell Moerdijk’, dat de Onderzoekraad voor Veiligheid vandaag heeft gepubliceerd. Het onderzoek betrof twee explosies en grote brand op 3 juni 2014 bij de petrochemische fabriek van Shell Moerdijk. Met name bij het doorvoeren van wijzigingen in productieprocessen, installaties en van grondstoffen moet het bedrijf beter onderzoek doen naar eventuele nieuwe risico’s die hierbij ontstaan.

In de Tweede Kamer zijn Kamervragen gesteld naar aanleiding van het rapport van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) over de informatievoorziening over gevaarlijke stoffen op spooremplacementen, en de berichten in de media daarover.