Binnenvaart

Op 28 juni heeft in Straatsburg de zomerzitting van de Conferentie van Verdragsluitende Partijen (CVP) van het CDNI plaatsgevonden. De CVP heeft een eerste, volledige ontwerptekst afgerond met internationaal afgestemde voorschriften voor de omgang met gasvormige restanten van vloeibare lading (ontgassen van binnenvaartschepen). Over dat onderwerp vindt een openbare raadpleging plaats. Belangstellende kunnen hierop reageren in de periode van 15 juli tot 15 september 2016.

Tijdens het Algemeen overleg Zee- en binnenvaart van 21 april jl. heeft minister Schultz van Haegen (I&M) vragen beantwoord over het ontgassen van binnenvaartschepen. Zij stelt dat ze in het kader van het Scheepsafvalstoffenverdrag (CDNI) met andere landen in overleg is over een internationaal verbod. Ze gaat ervan uit dat er in 2016 een besluit wordt genomen in het CDNI. Zodra dat er ligt, kan de opname in de nationale regelgeving voorbereid worden.

Voor het ADN 2017 heeft Duitsland een voorstel ingediend tot aanpassingen van vlamkerende roosters op ladingtanks van tankschepen. Voor stoffen waarvan de samenstelling niet exact bekend is, wordt in het Duitse voorstel een worse case-scenario benadering gehanteerd, waardoor in sommige gevallen de bestaande vlamkerende roosters vervangen moeten worden door andere, type IIB. Het CBRB stelt dat niet is aangetoond dat deze aanpassing vanwege de veiligheid noodzakelijk is.

Op vrijdag 17 juni is de MTS Don Quichot van GreenPoint Maritime Services gedoopt door Linde Freriks. De Don Quichot is ’s werelds eerste varende ontgassingsinstallatie voor binnenvaartschepen, chemicaliëntankers, boord-boordoverslag en tankterminals.

De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) heeft een brief naar ondernemersvereniging Deltalinqs gestuurd over de losprocedure bij gesloten binnenvaarttankschepen en haar manier van handhaven hierop. Zij signaleert dat bij het lossen van de ladingtanks naar de walinstallatie de ontstane onderdruk veelal gecompenseerd wordt door het automatisch openen van het onderdrukventiel. Daardoor wordt dan atmosferische lucht toegelaten in de betreffende ladingtank(s). Het onderdrukventiel is hier echter niet voor bedoeld, aldus de ILT.

Inmiddels komt de wetgeving 2017 alweer bijna in zicht, maar bij Sdu zijn de uitgaven ADR 2015 en ADN 2015 nog steeds verkrijgbaar.

De prognoses voor het ladingvolume in de Nederlandse binnenvaart zien er over het algemeen gunstig uit, zo blijkt uit een middellange-termijnprognose uitgevoerd door onderzoeksbureau Panteia. In het rapport ‘Versterking Marktobservatie Binnenvaart’, wordt een uitsplitsing gemaakt voor de vervoersvolumes van droge-ladingvaart, tankvaart en duwvaart. Panteia verwacht onder andere een stijging van 38 miljoen ton in het vervoersvolume voor de droge-ladingschepen tot 2020. Daarnaast blijkt uit schattingen dat tankvaart ruim 6,5 miljoen ton extra lading zal gaan vervoeren in 2020.

Op 26 april jl. heeft de VNPI-werkgroep ADN gesproken over mogelijke aanpassingen van het ADN, om blenden aan boord van tankschepen op te nemen in de wetgeving.  Momenteel is blenden aan boord van binnentankschepen niet toegestaan omdat het niet (letterlijk) is omschreven in het ADN. Handelingen met gevaarlijke stoffen die niet zijn omschreven zijn in het ADN, zijn niet toegestaan conform de WVGS. In de zeevaart is het gebruikelijk en gereguleerd hoe aan boord onder bepaalde omstandigheden, veilig verschillende stoffen kunnen worden samengevoegd.

Vanaf 1 juli 2016 moeten bemanningsleden van binnenvaartschepen die varen op LNG aan nieuwe eisen voldoen. Het gaat om de schipper, en de bemanningsleden die zijn betrokken bij het bunkeren van het vloeibaar aardgas. Zij moeten vanaf 1 juli in het bezit zijn van een LNG-verklaring die is verkregen na het volgen van een opleiding die wordt afgesloten met een theorie- en praktijkexamen. De LNG-verklaring is vijf jaar geldig en kan worden verlengd door het aantonen van vaartijd op een LNG-schip of het volgen van een opfriscursus en slagen voor het daaropvolgende examen.

Binnenvaartschepen vervoeren steeds vaker gevaarlijke stoffen. In 2014 waren binnenvaartschippers goed voor het transport van 224 miljoen ton brandbare, explosieve of giftige substanties. Dat betekent een toename van 11 procent in tien jaar tijd. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) wordt ruim 40 procent van de gevaarlijke stoffen over water vervoerd. In 2005 was het aandeel binnenvaart nog 31 procent. Het CBS heeft e.e.a.