RICHTLIJN 2008/68/EG VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD, van 24 september 2008, betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen over land, (Voor de EER relevante tekst)

Print     PDF



Artikel 1

Toepassingsgebied

1.  Deze richtlijn is van toepassing op het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg, het spoor en de binnenwateren binnen of tussen lidstaten, met inbegrip van de activiteiten met betrekking tot het laden en lossen, de overbrenging van of naar een andere vervoersmodaliteit en het noodzakelijke oponthoud tijdens het vervoer.

De richtlijn is niet van toepassing op het vervoer van gevaarlijke goederen:

a) 

door voertuigen, wagens of vaartuigen die eigendom zijn van of onder de verantwoordelijkheid vallen van de strijdkrachten;

b) 

door zeeschepen over maritieme waterwegen die deel uitmaken van de binnenwateren;

c) 

door veerboten die uitsluitend een binnenwater of haven oversteken, of

d) 

dat volledig binnen de begrenzing van een afgesloten gebied plaatsvindt.

2.  Bijlage II, deel II.1, geldt niet voor lidstaten die geen spoorwegnet hebben, zolang er op hun grondgebied geen spoorwegnet is opgericht.

3.  Binnen een termijn van één jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn kunnen de lidstaten besluiten bijlage III, deel III.1, niet toe te passen om een van de volgende redenen:

a) 

er zijn geen binnenwateren op hun grondgebied;

b) 

de binnenwateren op hun grondgebied zijn niet via binnenwateren verbonden met wateren in andere lidstaten, of

c) 

over de binnenwateren op hun grondgebied worden geen gevaarlijke goederen vervoerd.

Indien een lidstaat besluit de bepalingen van bijlage III, deel III.1, niet toe te passen, deelt hij dit besluit mee aan de Commissie, die de andere lidstaten daarvan op de hoogte brengt.

4.  De lidstaten kunnen voor het nationale en internationale vervoer van gevaarlijke goederen op hun grondgebied specifieke veiligheidsvoorschriften instellen met betrekking tot:

a) 

het vervoer van gevaarlijke goederen met voertuigen, wagens of binnenschepen, voor zover dit niet onder deze richtlijn valt;

b) 

voor zover gemotiveerd, het gebruik van voorgeschreven routes, met inbegrip van het gebruik van voorgeschreven wijzen van vervoer;

c) 

speciale voorschriften voor het vervoer van gevaarlijke goederen met personentreinen.

Zij stellen de Commissie van deze voorschriften en hun motivering in kennis.

De Commissie brengt de andere lidstaten hiervan op de hoogte.

5.  De lidstaten kunnen, uitsluitend om andere dan redenen van veiligheid tijdens het vervoer, vervoer van gevaarlijke goederen op hun grondgebied regelen of verbieden.

Artikel 2

Definities

In deze richtlijn wordt verstaan onder:

1. 

„ADR”: de Europese Overeenkomst betreffende het internationaal vervoer van gevaarlijke goederen over de weg, gesloten te Genève op 30 september 1957, als gewijzigd;

2. 

„RID”: het Reglement betreffende het internationaal vervoer van gevaarlijke goederen per spoor, als opgenomen in bijlage C bij het Verdrag betreffende het internationale spoorwegvervoer (COTIF), gesloten te Vilnius op 3 juni 1999, als gewijzigd;

3. 

„ADN”: de Europese Overeenkomst betreffende het internationale vervoer van gevaarlijke goederen over de binnenwateren, gesloten te Genève op 26 mei 2000, als gewijzigd;

4. 

„voertuig”: ieder voor deelname aan het wegverkeer bestemd motorvoertuig op ten minste vier wielen met een maximumsnelheid van meer dan 25 km/h, alsmede iedere aanhangwagen, met uitzondering van voertuigen die zich op rails voortbewegen, mobiele machines en landbouw- en bosbouwtrekkers, die bij het vervoer van gevaarlijke goederen met een snelheid van niet meer dan 40 km/h rijden;

5. 

„wagen”: spoorvoertuig zonder eigen aandrijving dat op eigen wielen op rails rijdt en wordt gebruikt voor het vervoer van goederen;

6. 

„vaartuig”: elk binnenschip of zeeschip.

Artikel 3

Algemene bepalingen

1.  Onverminderd artikel 6 worden gevaarlijke goederen niet vervoerd wanneer zulks is verboden door bijlage I, deel I.1, bijlage II, deel II.1, of bijlage III, deel III.1.

2.  Onverminderd de algemene regels inzake markttoegang en de algemeen toepasselijke regels op het vervoer van goederen, is het vervoer van gevaarlijke goederen, overeenkomstig de voorschriften van bijlage I, deel I.1, bijlage II, deel II.1, en bijlage III, deel III.1, toegestaan.

Artikel 4

Derde landen

Vervoer van gevaarlijke goederen tussen lidstaten en derde landen wordt toegestaan indien wordt voldaan aan de ADR, het RID of de ADN, tenzij in de bijlagen anders is vermeld.

Artikel 5

Beperkingen vanwege de veiligheid van het vervoer

1.  Met het oog op de veiligheid van het vervoer kunnen lidstaten, behalve wat constructievoorschriften betreft, strengere bepalingen vaststellen voor binnenlands vervoer van gevaarlijke goederen uitgevoerd met voertuigen, wagens en binnenvaartschepen die op hun grondgebied zijn ingeschreven of in het verkeer zijn gebracht.

2.  Wanneer een lidstaat na een ongeval of voorval op zijn grondgebied van oordeel is dat de toepasselijke veiligheidsvoorschriften onvoldoende zijn gebleken om de gevaren van vervoer te beperken en er dringend maatregelen moeten worden genomen, brengt hij de Commissie, tijdens de voorbereidingsfase, op de hoogte van de maatregelen die hij van plan is te nemen.

Overeenkomstig de in artikel 9, lid 2, bedoelde procedure beslist de Commissie of zij instemt met de invoering van de betrokken maatregelen en de duur van die toestemming.

Artikel 6

Afwijkingen

1.  Lidstaten kunnen het gebruik van andere dan de in de bijlagen genoemde talen toestaan voor vervoer dat op hun grondgebied plaatsvindt.

2.  

a) 

Op voorwaarde dat de veiligheid niet in het gedrang komt, kunnen lidstaten verzoeken om afwijkingen van het bepaalde in de bijlage I, deel I.1, bijlage II, deel II.1, of bijlage III, deel III.1, voor het vervoer op hun grondgebied van kleine hoeveelheden van bepaalde gevaarlijke goederen, met uitzondering van middel- en hoogradioactieve stoffen, op voorwaarde dat de voorschriften voor dergelijk vervoer niet strenger zijn dan de in voormelde bijlagen vastgestelde voorschriften.

b) 

Op voorwaarde dat de veiligheid niet in het gedrang komt, kunnen lidstaten eveneens verzoeken om afwijkingen van het bepaalde in de bijlage I, deel I.1, bijlage II, deel II.1, of bijlage III, deel III.1, voor het vervoer van gevaarlijke stoffen op hun grondgebied in geval van:

i) 

plaatselijk vervoer over korte afstand, of

ii) 

plaatselijk vervoer per spoor op speciaal aangewezen routes, dat deel uitmaakt van een welbepaald industrieel proces, en onder duidelijk omschreven voorwaarden strikt gecontroleerd wordt.

De Commissie onderzoekt telkens of is voldaan aan de voorschriften onder a) en b) en beslist overeenkomstig de in artikel 9, lid 2, vastgestelde procedure of een afwijking wordt toegestaan en wordt toegevoegd aan de lijst van nationale afwijkingen in bijlage I, deel I.3, bijlage II, deel II.3, of bijlage III, deel III.3.

3.  Afwijkingen als bedoeld in lid 2 gelden voor een periode van ten hoogste zes jaar vanaf de datum van toestemming, welke periode in het toestemmingsbesluit wordt vastgelegd. Voor de bestaande afwijkingen in bijlage I, deel I.3, bijlage II, deel II.3, en bijlage III, deel III.3, wordt de toestemming geacht op 30 juni 2009 te zijn verleend. Tenzij anders is vermeld, zijn afwijkingen geldig voor een periode van zes jaar.

Afwijkingen worden zonder onderscheid toegepast.

4.  Wanneer een lidstaat verzoekt om verlenging van een verleende afwijking, heroverweegt de Commissie de betrokken afwijking.

Indien geen het onderwerp van de afwijking betreffende aanpassing van bijlage I, deel I.1, bijlage II, deel II.1, of bijlage III, deel III.1, is goedgekeurd, verlengt de Commissie overeenkomstig de in artikel 9, lid 2, bedoelde procedure de toestemming met een nieuwe periode van ten hoogste zes jaar vanaf de datum van toestemming, welke periode in het toestemmingsbesluit wordt vastgelegd.

Indien een het onderwerp van de afwijking betreffende aanpassing van de bijlage I, deel I.1, bijlage II, deel II.1, en bijlage III, deel III.1, is aangenomen, kan de Commissie overeenkomstig de in artikel 9, lid 2, bedoelde procedure:

a) 

de afwijking vervallen verklaren en schrappen uit de betrokken bijlage;

b) 

het toepassingsgebied van de toestemming beperken en de betrokken bijlage in die zin aanpassen;

c) 

de toestemming verlengen met een nieuwe, in het toestemmingsbesluit vast te stellen periode van ten hoogste zes jaar vanaf de datum van toestemming.

5.  Elke lidstaat kan bij wijze van uitzondering en mits de veiligheid niet in gevaar komt, individuele toestemming verlenen voor het vervoer van gevaarlijke goederen op zijn grondgebied die krachtens deze richtlijn zijn verboden of erin toestemmen dat dit vervoer onder andere dan de in de richtlijn vastgestelde voorschriften plaatsvindt, op voorwaarden dat dit vervoer duidelijk is gespecificeerd en van tijdelijke aard is.

Artikel 7

Overgangsbepalingen

1.  De lidstaten kunnen op hun grondgebied de bepalingen van de bijlage I, deel I.2, bijlage II, deel II.2, en bijlage III, deel III.2, in stand laten.

De lidstaten die deze bepalingen in stand laten, brengen de Commissie daarvan op de hoogte. De Commissie deelt dit mee aan de andere lidstaten.

2.  Onverminderd artikel 1, lid 3, kunnen de lidstaten besluiten de bepalingen van bijlage III, deel III.1, tot uiterlijk 30 juni 2011 niet toe te passen. In dat geval blijft de betrokken lidstaat ten aanzien van de binnenwateren uitvoering geven aan de bepalingen van de Richtlijnen 96/35/EG en 2000/18/EG, die op 30 juni 2009 van toepassing zijn.

Artikel 8

Aanpassingen

1.  De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 8 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de bijlagen teneinde rekening te houden met wijzigingen van de ADR, het RID en de ADN, met name die welke verband houden met de wetenschappelijke en technische vooruitgang waaronder het gebruik van technologieën voor tracking en tracing.

2.  De Commissie verleent de lidstaten in voorkomend geval financiële steun voor de vertaling van de ADR, het RID en de ADN en de wijzigingen ervan in hun officiële taal.

Artikel 8 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 8, lid 1, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van vijf jaar met ingang van 26 juli 2019. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 8, lid 1, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven ( 1 ).

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 8, lid 1, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

Artikel 9

Comitéprocedure

1.  De Commissie wordt bijgestaan door een comité voor het vervoer van gevaarlijke goederen.

2.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.

De termijn als bedoeld in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG wordt gesteld op drie maanden.

Artikel 10

Omzetting

1.  De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op 30 juni 2009 aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis.

Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in de bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking daarvan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor de verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.

2.  De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van nationaal recht mee die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

Artikel 11

Wijziging

Artikel 6 van Richtlijn 2006/87/EG wordt geschrapt.

Artikel 12

Intrekkingen

1.  De Richtlijnen 94/55/EG, 96/49/EG, 96/35/EG en 2000/18/EG worden per 30 juni 2009 ingetrokken.

Op grond van de bepalingen van de ingetrokken richtlijnen afgegeven certificaten blijven geldig tot hun vervaldatum.

2.  De Beschikkingen 2005/263/EG en 2005/180/EG worden ingetrokken.

Artikel 13

Inwerkingtreding

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 14

Adressaten

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.




BIJLAGE I

VERVOER OVER DE WEG

I.1.    ADR

Bijlagen A en B bij de ADR, als van toepassing met ingang van 1 januari 2019, met dien verstande dat de woorden „overeenkomstsluitende partij” worden vervangen door het woord „lidstaat”.

I.2.    Aanvullende overgangsbepalingen

1. Op grond van artikel 4 van Richtlijn 94/55/EG kunnen de lidstaten toegestane afwijkingen handhaven tot 31 december 2010 tenzij bijlage I, deel I.1, vóór die datum wordt aangepast aan de in dat artikel vermelde VN-aanbevelingen voor het vervoer van gevaarlijke goederen.

2. Iedere lidstaat kan op zijn grondgebied het gebruik toestaan van vóór 1 januari 1997 gebouwde tanks en voertuigen die niet aan de bepalingen van de richtlijn voldoen, doch waarvan de constructie in overeenstemming is met de voorschriften van de op 31 december 1996 geldende nationale wetgeving, mits deze tanks en voertuigen overeenkomstig de vereiste veiligheidsniveaus worden onderhouden.

Op 1 januari 1997 of na deze datum gebouwde tanks en voertuigen die niet voldoen aan deze richtlijn maar die zijn gebouwd overeenkomstig de bepalingen van Richtlijn 94/55/EG, die van kracht was op het moment waarop ze zijn gebouwd, mogen verder worden gebruikt voor binnenlands vervoer.

3. Totdat bepalingen betreffende passende referentietemperaturen voor bepaalde klimaatzones worden opgenomen in bijlage I, deel I.1, bij deze richtlijn, mogen de lidstaten waar de omgevingstemperatuur regelmatig lager is dan – 20 °C, strengere normen vaststellen voor de bedrijfstemperatuur van het materieel dat bestemd is voor kunststof verpakking, tanks en hun uitrusting, bestemd voor binnenlands vervoer van gevaarlijke goederen over de weg.

4. Zolang geen bepalingen betreffende passende referentietemperaturen voor welbepaalde klimaatzones zijn opgenomen in Europese normen en in de bijlage I, deel I.1, bij deze richtlijn niet naar die normen wordt verwezen, mag iedere lidstaat op zijn grondgebied andere nationale bepalingen in stand laten betreffende de referentietemperatuur voor het vervoer van vloeibaar gas of mengsels van vloeibaar gemaakte gassen dan die welke in deze richtlijn zijn openomen.

5. Iedere lidstaat kan voor vervoer met op zijn grondgebied geregistreerde voertuigen de tot en met 31 december 1996 in zijn nationale wetgeving geldende bepalingen in stand laten met betrekking tot het aanbrengen van een noodmaatregelcode of waarschuwingsbord in plaats van het in bijlage I, deel I.1, bij deze richtlijn bedoelde gevaarsidentificatienummer.

6. De lidstaten mogen de op 31 december 1996 geldende nationale beperkingen betreffende het vervoer van stoffen die dioxines of furanen bevatten, in stand laten.

I.3.    Nationale afwijkingen

Op grond van artikel 6, lid 2, van Richtlijn 2008/68/EG aan lidstaten toegestane afwijkingen voor het vervoer van gevaarlijke goederen op hun grondgebied.

Nummering van de afwijkingen: RO–a/bi/bii–LS–nn

RO

=

wegvervoer

a/bi/bii

=

artikel 6, lid 2, onder a)/onder b), i)/onder b), ii)

LS

=

afkorting van de lidstaat

nn

=

volgnummer

Op grond van artikel 6, lid 2, onder a), van Richtlijn 2008/68/EG

BE België

RO–a–BE–2

Betreft: vervoer van ongereinigde lege houders die producten van verschillende klassen hebben bevat

Verwijzing naar bijlage I, deel I.1, bij Richtlijn 2008/68/EG: 5.4.1.1.6

Inhoud van de nationale wetgeving: vermelding op het vervoersdocument: „ongereinigde lege verpakkingen die producten van verschillende klassen hebben bevat”

Referentie van de nationale wetgeving: afwijking 697

Vervaldatum: 31 december 2022

RO–a–BE–3

Betreft: invoering van RO–a–HU–2

Referentie van de nationale wetgeving: afwijking 42004

Vervaldatum: 31 december 2022

RO–a–BE–4

Betreft: vrijstelling van alle ADR-voorschriften voor binnenlands vervoer van ten hoogste 1 000 gebruikte ionische rookmelders van particuliere huishoudens naar de verwerkingsinstallatie in België via de inzamelpunten die zijn opgenomen in het scenario voor de gescheiden inzameling van rookmelders.

Verwijzing naar bijlage I, deel I.1, bij Richtlijn 2008/68/EG: alle voorschriften

Inhoud van de nationale wetgeving: Voor het huishoudelijk gebruik van ionische rookmelders geldt vanuit radiologisch oogpunt geen regelgeving wanneer de rookmelder van een goedgekeurd type is. Het vervoer van deze rookmelders naar de eindgebruiker is ook vrijgesteld van de ADR-voorschriften (zie 1.7.1.4, onder e)).

Krachtens Richtlijn 2002/96/EG betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur moeten gebruikte rookmelders gescheiden worden ingezameld voor de behandeling van de printplaten en (voor ionische rookmelders) de verwijdering van de radioactieve stoffen. Met het oog op die gescheiden inzameling is een scenario ontwikkeld om particuliere huishoudens te stimuleren hun gebruikte rookmelders naar een inzamelpunt te brengen om deze rookmelders van daar, soms via een tweede inzamelpunt of een tijdelijke opslagplaats, naar een verwerkingsinstallatie te vervoeren.

Op de inzamelpunten zijn metalen verpakkingen voor maximaal 1 000 rookmelders beschikbaar. Vanuit deze punten kan één pakket met rookmelders samen met ander afval naar een tijdelijke opslagplaats of de verwerkingsinstallatie worden vervoerd. Het pakket wordt gemerkt met het woord „rookmelder”.

Referentie van de nationale wetgeving: Het scenario voor de gescheiden inzameling van rookmelders maakt deel uit van de voorwaarden voor de verwijdering van goedgekeurde instrumenten die zijn opgenomen in artikel 3.1.d.2 van het Koninklijk Besluit van 20 juli 2001: het algemeen reglement stralingsbescherming.

Toelichting: Deze afwijking is nodig om de gescheiden inzameling van gebruikte ionische rookmelders mogelijk te maken.

Vervaldatum: 30 juni 2026

DK Denemarken

RO–a–DK–2

Betreft: vervoer over de weg van verpakkingen met ontplofbare stoffen en verpakkingen met ontstekingsinrichtingen in eenzelfde voertuig

Verwijzing naar bijlage I, deel I.1, bij Richtlijn 2008/68/EG: 7.5.2.2

Inhoud van de bijlage bij de richtlijn: bepalingen gemengde verpakking

Inhoud van de nationale wetgeving: Bij het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg moeten de ADR-voorschriften in acht worden genomen.

Referentie van de nationale wetgeving: Bekendtgørelse nr. 729 af 15. august 2001 om vejtransport af farligt gods § 4, stk. 1

Toelichting: Praktisch gezien moet men de mogelijkheid hebben op om op eenzelfde voertuig explosieve stoffen samen met ontstekers te verpakken wanneer de goederen van de plaats van opslag naar de plaats van gebruik en vice versa worden vervoerd.

Wanneer de Deense wetgeving inzake het vervoer van gevaarlijke goederen wordt gewijzigd, zullen de Deense autoriteiten dergelijk vervoer onder de volgende voorwaarden toestaan:

1. 

er mogen niet meer dan 25 kg explosieve stoffen van groep D tegelijk worden vervoerd;

2. 

er mogen niet meer dan 200 ontstekers van groep B tegelijkertijd worden vervoerd;

3. 

ontstekers en explosieve stoffen moeten overeenkomstig de voorschriften van Richtlijn 2000/61/EG tot wijziging van Richtlijn 94/55/EG afzonderlijk worden verpakt in door de VN gecertificeerde verpakkingen;

4. 

de tussen verpakkingen met ontstekers en verpakkingen met explosieve stoffen te bewaren afstand moet ten minste 1 m bedragen, zelfs wanneer er plotseling moet worden geremd. Verpakkingen met ontstekers en verpakkingen met explosieve stoffen moeten zo worden geplaatst dat zij snel uit het voertuig kunnen worden gehaald;

5. 

alle andere regels inzake het vervoer van gevaarlijke goederen moeten worden nageleefd.

Vervaldatum: 30 juni 2026

RO–a–DK–3

Betreft: vervoer over de weg van verpakkingen en voorwerpen die afval of resten van gevaarlijke goederen van bepaalde klassen bevatten, die bij huishoudens en bepaalde bedrijven zijn ingezameld voor verwijdering

Verwijzing naar bijlage I, deel I.1, bij Richtlijn 2008/68/EG: Delen en hoofdstukken 2, 3, 4.1, 5.1, 5.2, 5.4, 6, 8.1 en 8.2

Inhoud van de bijlage bij de richtlijn: classificatiebepalingen, bijzondere bepalingen, bepalingen voor verpakking, verzendingsprocedures, eisen voor het vervaardigen en testen van verpakkingen, algemene eisen voor vervoersmiddelen en ‐uitrusting aan boord en opleidingseisen

Inhoud van de nationale wetgeving: Binnenverpakkingen of voorwerpen die afval of resten van gevaarlijke goederen van bepaalde klassen bevatten, die bij huishoudens of bedrijven zijn ingezameld voor verwijdering, mogen in bepaalde buitenverpakkingen en/of oververpakkingen samen worden verpakt en verzonden volgens speciale verzendingsprocedures, inclusief beperkingen op speciale verpakkingen en markeringen. De hoeveelheid gevaarlijke goederen per binnenverpakking, buitenverpakking en/of vervoerseenheid is beperkt.

Referentie van de nationale wetgeving: Bekendtgørelse nr. 818 af 28. juni 2011 om vejtransport af farligt gods § 4, stk. 3

Toelichting: Afvalbeheerders kunnen niet alle bepalingen van bijlage I, deel I.1, bij Richtlijn 2008/68/EG toepassen wanneer afval met resten van gevaarlijke goederen ter verwijdering verzameld is bij huishoudens en bedrijven. Het afval is gewoonlijk verpakt in verpakkingen die in de detailhandel zijn verkocht.

Vervaldatum: 1 januari 2025

DE Duitsland

RO–a–DE–1

Betreft: gezamenlijke verpakking en gezamenlijke lading van auto-onderdelen met classificatie 1.4G en bepaalde gevaarlijke goederen (n4)

Verwijzing naar bijlage I, deel I.1, bij Richtlijn 2008/68/EG: 4.1.10 en 7.5.2.1

Inhoud van de bijlage bij de richtlijn: bepalingen inzake gezamenlijke verpakking en gezamenlijke lading

Inhoud van de nationale wetgeving: UN 0431 en UN 0503 mogen in bepaalde in de vrijstelling vermelde hoeveelheden, samen met bepaalde gevaarlijke goederen (producten in verband met de autofabricage) worden geladen. De waarde 1 000 (vergelijkbaar met 1.1.3.6.4) mag niet worden overschreden.

Referentie van de nationale wetgeving: Gefahrgut-Ausnahmeverordnung — GGAV 2002 vom 6.11.2002 (BGBl. I S. 4350); Ausnahme 28

Toelichting: De afwijking is nodig om de snelle levering van veiligheidsonderdelen voor auto’s mogelijk te maken, afhankelijk van de plaatselijke vraag. Gezien het uitgebreide gamma van producten hebben plaatselijke garages die doorgaans niet in voorraad.

Vervaldatum: 30 juni 2021

RO–a–DE–2

Betreft: vrijstelling van het voorschrift om een vervoersdocument en een expediteursverklaring bij zich te hebben voor bepaalde hoeveelheden gevaarlijke goederen, als bepaald in punt 1.1.3.6 (n1)

Verwijzing naar bijlage I, deel I.1, bij Richtlijn 2008/68/EG: 5.4.1.1.1 en 5.4.1.1.6

Inhoud van de bijlage bij de richtlijn: inhoud van het vervoersdocument

Inhoud van de nationale wetgeving: Voor alle klassen, behalve klasse 7, is geen vervoersdocument vereist indien de hoeveelheid vervoerde goederen niet groter is dan de in punt 1.1.3.6 vermelde hoeveelheden.

Referentie van de nationale wetgeving: Gefahrgut-Ausnahmeverordnung — GGAV 2002 vom 6.11.2002 (BGBl. I S. 4350); Ausnahme 18

Toelichting: De informatie die wordt verstrekt door kenmerking en etikettering van verpakkingen wordt voor het binnenlands vervoer voldoende geacht, aangezien bij lokale distributie niet altijd een vervoersdocument nodig is.

Afwijking door de Commissie geregistreerd als nr. 22 (krachtens artikel 6, lid 10, van Richtlijn 94/55/EG)

Vervaldatum: 30 juni 2021

RO–a–DE–3

Betreft: vervoer van meetstandaards en brandstofpompen (leeg en ongereinigd)

Verwijzing naar bijlage I, deel I.1, bij Richtlijn 2008/68/EG: bepalingen voor de UN-nummers 1202, 1203 en 1223

Inhoud van de bijlage bij de richtlijn: verpakking, kenmerking, documenten, instructies voor vervoer en behandeling, instructies voor de bemanning van voertuigen

Inhoud van de nationale wetgeving: specificatie van de toepasselijke voorschriften en aanvullende bepalingen voor de toepassing van de afwijking; tot 1 000 l: vergelijkbaar met lege, ongereinigde verpakkingen; boven 1 000 l: naleving van bepaalde voorschriften voor tanks; vervoer uitsluitend leeg en ongereinigd

Referentie van de nationale wetgeving: Gefahrgut-Ausnahmeverordnung — GGAV 2002 vom 6.11.2002 (BGBl. I S. 4350); Ausnahme 24

Toelichting: lijst nr. 7, 38, 38a

Vervaldatum: 30 juni 2021

RO–a–DE–5

Betreft: toestemming voor gezamenlijke verpakking

Verwijzing naar bijlage I, deel I.1, bij Richtlijn 2008/68/EG: 4.1.10.4 MP2

Inhoud van de bijlage bij de richtlijn: verbod op gezamenlijke verpakking

Inhoud van de nationale wetgeving: klassen 1.4S, 2, 3 en 6.1; toestemming voor gezamenlijke verpakking van voorwerpen in klasse 1.4S (patronen voor kleine wapens), spuitbussen (klasse 2) en materialen voor reiniging en behandeling van klassen 3 en 6.1 (vermelde UN-nummers) die als één geheel worden verkocht in gecombineerde verpakkingen in verpakkingsgroep II en in kleine hoeveelheden

Referentie van de nationale wetgeving: Gefahrgut-Ausnahmeverordnung — GGAV 2002 vom 6.11.2002 (BGBl. I S. 4350); Ausnahme 21

Toelichting: Lijst nr. 30*, 30a, 30b, 30c, 30d, 30e, 30f, 30 g

Vervaldatum: 30 juni 2021

IE Ierland

RO–a–IE–1

Betreft: vrijstelling van ADR-voorschrift 5.4.0 voor een vervoersdocument voor het vervoer van pesticiden van ADR-klasse 3 die in punt 2.2.3.3 zijn aangeduid als FT2-pesticiden (vlampunt < 23 °C) en ADR-klasse 6.1 die in punt 2.2.61.3 zijn aangeduid als T6-pesticiden, vloeibaar (vlampunt niet lager dan 23 °C), als de hoeveelheden vervoerde gevaarlijke goederen niet groter zijn dan de in punt 1.1.3.6 van de ADR vermelde hoeveelheden

Verwijzing naar bijlage I, deel I.1, bij Richtlijn 2008/68/EG: 5.4

Inhoud van de bijlage bij de richtlijn: voorschrift inzake het vervoersdocument

Inhoud van de nationale wetgeving: Een vervoersdocument is niet nodig voor het vervoer van pesticiden van ADR-klassen 3 en 6.1, wanneer de hoeveelheid vervoerde gevaarlijke goederen niet groter is dan de in punt 1.1.3.6 van de ADR vermelde hoeveelheden.

Referentie van de nationale wetgeving: Regulation 82(9) of the „Carriage of Dangerous Goods by Road Regulations 2004”

Toelichting: onnodig en duur voorschrift voor het plaatselijk vervoer en de plaatselijke levering van deze pesticiden

Vervaldatum: 30 juni 2021

RO–a–IE–4

Betreft: vrijstelling van de voorschriften in de punten 5.3, 5.4 en 7 van en bijlage B bij de ADR in verband met het vervoer van gascilinders voor tapinstallaties (voor dranken), wanneer deze op hetzelfde voertuig worden vervoerd als de dranken (waarvoor ze worden gebruikt)

Verwijzing naar bijlage I, deel I.1, bij Richtlijn 2008/68/EG: punten 5.3, 5.4 en 7, en bijlage B

Inhoud van de bijlage bij de richtlijn: het kenmerken van de voertuigen, de mee te nemen documentatie en de bepalingen betreffende de vervoersmiddelen en het vervoer

Inhoud van de nationale wetgeving: vrijstelling van de punten 5.3, 5.4 en 7 en van bijlage B van de ADR voor gascilinders die worden gebruikt voor het tappen van dranken, wanneer deze gascilinders op hetzelfde voertuig worden vervoerd als de dranken (waarvoor ze worden gebruikt)

Referentie van de nationale wetgeving: voorgesteld amendement van de „Carriage of Dangerous Goods by Road Regulations, 2004”

Toelichting: De hoofdactiviteit is de distributie van verpakte dranken, die niet onder de ADR vallen, en van kleine hoeveelheden kleine cilinders met bijbehorende gassen voor het tappen.

Voorheen uit hoofde van artikel 6, lid 10, van Richtlijn 94/55/EG

Vervaldatum: 30 juni 2021

RO–a–IE–5

Betreft: vrijstelling, voor binnenlands vervoer binnen Ierland, van de in de punten 6.2 en 4.1 van de ADR vermelde voorschriften voor de constructie en beproeving van houders en de voorschriften voor het gebruik daarvan voor cilinders en drukvaten voor gassen van klasse 2 die een multimodaal vervoerstraject hebben afgelegd, met inbegrip van vervoer over zee, wanneer i) deze cilinders en drukvaten overeenkomstig de IMDG-code worden vervaardigd, beproefd en gebruikt; ii) deze cilinders en drukvaten niet in Ierland worden nagevuld maar nominaal leeg naar het land van herkomst van het multimodale vervoerstraject worden geretourneerd, en iii) deze cilinders en drukvaten lokaal in kleine hoeveelheden worden gedistribueerd

Verwijzing naar bijlage I, deel I.1, bij Richtlijn 2008/68/EG: 1.1.4.2, 4.1 en 6.2

Inhoud van de bijlage bij de richtlijn: bepalingen inzake multimodaal vervoer, met inbegrip van vervoer over zee, het gebruik van cilinders en drukvaten voor gassen van ADR-klasse 2 en de constructie en beproeving van deze cilinders en drukvaten voor gassen van ADR-klasse 2

Inhoud van de nationale wetgeving: De punten 4.1 en 6.2 zijn niet van toepassing op cilinders en drukvaten voor gassen van klasse 2, mits i) deze cilinders en drukvaten overeenkomstig de IMDG-code worden vervaardigd en beproefd; ii) deze cilinders en drukvaten overeenkomstig de IMDG-code worden gebruikt; iii) deze cilinders en drukvaten via een multimodaal vervoerstraject, met inbegrip van vervoer over zee, naar de afzender zijn vervoerd; iv) het vervoer van deze cilinders en drukvaten naar de eindgebruiker bestaat uit één traject, dat binnen één dag wordt afgelegd, van de bestemmeling van het multimodale vervoer (bedoeld onder iii)); v) deze cilinders en drukvaten niet in het binnenland worden nagevuld maar nominaal leeg naar het land van herkomst van het multimodale vervoerstraject (bedoeld onder iii)) worden geretourneerd, en vi) deze cilinders en drukvaten lokaal in het binnenland in kleine hoeveelheden worden gedistribueerd.

Referentie van de nationale wetgeving: voorgesteld amendement van de „Carriage of Dangerous Goods by Road Regulations, 2004”

Toelichting: De gassen in deze cilinders en drukvaten voldoen aan een door de eindgebruikers verlangde specificatie, op grond waarvan ze van buiten het ADR-gebied moeten worden ingevoerd. Na gebruik moeten deze nominaal lege cilinders en drukvaten naar het land van herkomst worden geretourneerd om met het gas met de speciale specificatie te worden nagevuld — ze worden niet in Ierland en zelfs niet binnen het ADR-gebied nagevuld. Ze voldoen weliswaar niet aan de ADR, maar voldoen wel aan en zijn geaccepteerd voor de IMDG-code. De eindbestemming van het multimodale vervoerstraject, dat buiten het ADR-gebied begint, is de locatie van de importeur, vanwaar deze cilinders en drukvaten in kleine hoeveelheden lokaal binnen Ierland naar de eindgebruiker worden gedistribueerd. Dit vervoer binnen Ierland valt onder het gewijzigde artikel 6, lid 9, van Richtlijn 94/55/EG.

Vervaldatum: 30 juni 2021

RO–a–IE–6

Betreft: vrijstelling van een aantal bepalingen van bijlage I, deel I.1, bij Richtlijn 2008/68/EG inzake de verpakking, kenmerking en etikettering van kleine hoeveelheden (beneden de grenswaarden van punt 1.1.3.6) verlopen pyrotechnische voorwerpen van classificatiecodes 1.3G, 1.4G en 1.4S van klasse 1 van bijlage I, deel I.1, bij Richtlijn 2008/68/EG met identificatienummers UN 0092, UN 0093, UN 0191, UN 0195, UN 0197, UN 0240, UN 0312, UN 0403, UN 0404, UN 0453, UN 0505, UN 0506 of UN 0507 die voor verwijdering naar een legerkazerne of ‐terrein worden vervoerd

Verwijzing naar bijlage I, deel I.1, bij Richtlijn 2008/68/EG: delen 1, 2, 4, 5 en 6

Inhoud van de bijlage bij de richtlijn: algemene bepalingen, classificatie, verpakkingsvoorschriften, verzendingsvoorschriften, vervaardiging en beproeving van verpakkingen

Inhoud van de nationale wetgeving: De bepalingen van bijlage I, deel I.1, bij Richtlijn 2008/68/EG inzake de verpakking, kenmerking en etikettering van verlopen pyrotechnische voorwerpen met identificatienummers UN 0092, UN 0093, UN 0191, UN 0195, UN 0197, UN 0240, UN 0312, UN 0403, UN 0404, UN 0453, UN 0505, UN 0506 of UN 0507 die naar een legerkazerne of ‐terrein worden vervoerd, zijn niet van toepassing, mits aan de algemene bepalingen van de bijlage I, deel I.1, bij Richtlijn 2008/68/EG inzake verpakking wordt voldaan en in het vervoersdocument aanvullende informatie wordt verstrekt. De afwijking geldt alleen voor lokaal vervoer van kleine hoeveelheden vervallen pyrotechnische voorwerpen naar de dichtstbijzijnde militaire kazerne voor veilige verwijdering.

Referentie van de nationale wetgeving: S.I. 349 of 2011 Regulation 57(f) and (g)

Toelichting: Het vervoer van kleine hoeveelheden „verlopen” pyrotechnische scheepvaartuitrusting, met name van eigenaren van pleziervaartuigen en scheepsbevoorraders, naar legerkazernes of ‐terreinen, met het oog op een veilige verwijdering, heeft problemen opgeleverd, vooral wat de verpakkingsvoorschriften betreft. Deze afwijking geldt voor lokaal vervoer van kleine hoeveelheden (beneden de grenswaarde van punt 1.1.3.6), voor alle aan pyrotechnische scheepvaartuitrusting toegekende UN-nummers.

Vervaldatum: 30 januari 2025

RO–a–IE–7

Betreft: invoering van RO–a–HU–2

Referentie van de nationale wetgeving: —

Vervaldatum: 30 juni 2022

ES Spanje

ROaES1

Betreft: waarschuwingsborden op containers

Rechtsgrondslag: Richtlijn 2008/68/EG, artikel 6, lid 2, onder a)

Verwijzing naar bijlage I, deel I.1, bij Richtlijn 2008/68/EG: 5.3.1.2

Inhoud van de bijlage bij de richtlijn: De borden worden aangebracht aan beide zijden en aan elk uiteinde van de container, MEGC, tankcontainer of mobiele tank.

Inhoud van de nationale wetgeving: Er moet geen bord worden bevestigd aan containers met verpakkingen die uitsluitend voor vervoer over de weg worden gebruikt. Deze vrijstelling geldt niet voor klasse 1 of 7.

Referentie van de nationale wetgeving: Real Decreto 97/2014. Anejo 1. Apartado 8

Toelichting: Containers, met uitzondering van tankcontainers, die uitsluitend worden gebruikt voor wegvervoer dat niet aan een intermodaal vervoerstraject is gekoppeld, vervullen de functies van een wissellaadbak. Op wissellaadbakken voor het vervoer van verpakte goederen moeten geen waarschuwingsborden worden aangebracht, behalve voor klasse 1 of 7.

Daarom werd het passend geacht containers die in het wegvervoer als wissellaadbakken worden gebruikt vrij te stellen van de verplichting waarschuwingsborden aan te brengen, met uitzondering van containers met goederen van klasse 1 of 7.

In deze vrijstelling worden containers voor de toepassing van de beveiligingsvoorschriften gelijkgesteld met wissellaadbakken. Aangezien wissellaadbakken door hun specifieke ontwerp en constructie aan meer veiligheidseisen voldoen, is er geen reden om extra eisen voor containers in te voeren. De overige bebordings- en etiketteringsvoorschriften voor voertuigen die gevaarlijke goederen vervoeren, moeten conform zijn met de bepalingen van bijlage I, deel I.1, punt 5.3, bij Richtlijn 2008/68/EG.

Vervaldatum: 1 januari 2025

FR Frankrijk

RO–a–FR–2

Betreft: vervoer van afval uit de gezondheidszorg waarbij er sprake is van besmettingsrisico dat valt onder UN 3291, met een massa van ten hoogste 15 kg

Verwijzing naar bijlage I, deel I.1, bij Richtlijn 2008/68/EG: bijlagen A en B

Inhoud van de nationale wetgeving: vrijstelling van de ADR-voorschriften voor het vervoer van afval uit de gezondheidszorg waarbij er sprake is van besmettingsrisico en dat onder UN 3291 valt, met een massa van ten hoogste 15 kg

Referentie van de nationale wetgeving: Arrêté du 1er juin 2001 relatif au transport des marchandises dangereuses par route — Article 12

Vervaldatum: 30 juni 2021

RO–a–FR–5

Betreft: vervoer van gevaarlijke goederen in het openbaar vervoer (18)

Verwijzing naar bijlage I, deel I.1, bij Richtlijn 2008/68/EG: 8.3.1

Inhoud van de bijlage bij de richtlijn: vervoer van passagiers en gevaarlijke goederen

Inhoud van de nationale wetgeving: Andere gevaarlijke goederen dan die van klasse 7 mogen in het openbaar vervoer als handbagage worden vervoerd; alleen de in punten 4.1, 5.2 en 3.4 vermelde bepalingen inzake verpakking, kenmerking en etikettering van pakketten zijn van toepassing.

Referentie van de nationale wetgeving: Arrêté du 29 mai 2009 relatif au transport des marchandises dangereuses par voies terrestres, annexe I paragraphe 3.1

Toelichting: In handbagage worden alleen gevaarlijke goederen voor persoonlijk of eigen beroepsmatig gebruik toegestaan. Patiënten met ademhalingsproblemen mogen de voor één reis benodigde hoeveelheid draagbare gashouders meenemen.

Vervaldatum: 28 februari 2022

RO–a–FR–6

Betreft: vervoer van kleine hoeveelheden gevaarlijke goederen voor eigen rekening (18)

Verwijzing naar bijlage I, deel I.1, bij Richtlijn 2008/68/EG: 5.4.1

Inhoud van de bijlage bij de richtlijn: verplichting om een vervoersdocument te hebben

Inhoud van de nationale wetgeving: Vervoer voor eigen rekening van kleine hoeveelheden andere gevaarlijke goederen dan die van klasse 7 waarbij de in punt 1.1.3.6 bepaalde grenswaarden niet worden overschreden, is vrijgesteld van de in puny 5.4.1 vermelde verplichting om in het bezit te zijn van een vervoersdocument

Referentie van de nationale wetgeving: Arrêté du 29 mai 2009 relatif au transport des marchandises dangereuses par voies terrestres annexe I, paragraphe 3.2.1

Vervaldatum: 28 februari 2022

RO–a–FR–7

Betreft: vervoer over de weg van monsters van chemische stoffen, mengsels en voorwerpen die gevaarlijke goederen bevatten, met het oog op markttoezicht

Verwijzing naar bijlage I, deel I.1, bij Richtlijn 2008/68/EG: delen 1 t.e.m. 9

Inhoud van de bijlage bij de richtlijn: algemene bepalingen, classificatie, bijzondere bepalingen en vrijstellingen voor het vervoer van gevaarlijke goederen die verpakt zijn in kleine hoeveelheden, bepalingen betreffende het gebruik van verpakkingen en tanks, verzendingsprocedures, eisen voor de vervaardiging van verpakkingen, bepalingen inzake vervoersvoorwaarden, behandeling, laden en lossen, eisen inzake vervoersapparatuur en vervoersactiviteiten, eisen inzake de vervaardiging en goedkeuring van voertuigen

Inhoud van de nationale wetgeving: Monsters van chemische stoffen, mengsels en voorwerpen die gevaarlijke goederen bevatten en die met het oog op analyse worden vervoerd in het kader van een markttoezichtsactiviteit, moeten in combinatieverpakkingen worden verpakt. Ze moeten beantwoorden aan de regels inzake maximumhoeveelheden voor binnenverpakkingen, afhankelijk van het type gevaarlijke goederen. De buitenverpakking moet beantwoorden aan de eisen voor stevige plastic dozen (4H2, hoofdstuk 6.1 van bijlage I, deel I.1, bij Richtlijn 2008/68/EG). Op de buitenverpakking moeten het in bijlage I, deel I.1, punt 3.4.7, bij Richtlijn 2008/68/EG vermelde merkteken en de tekst „Echantillons destinés à l'analyse” (monsters voor analyse) worden aangebracht. Als aan deze voorschriften is voldaan, is het vervoer vrijgesteld van de toepassing van bijlage I, deel I.1, bij Richtlijn 2008/68/EG.

Referentie van de nationale wetgeving: Arrêté du 12 décembre 2012 modifiant l'arrêté du 29 mai 2009 relatif aux transports de marchandises dangereuses par voies terrestres

Toelichting: De afwijking van bijlage I, deel I.1, punt 1.1.3, bij Richtlijn 2008/68/EG voorziet niet in het vervoer van monsters van gevaarlijke goederen die met het oog op analyse zijn genomen door of namens de bevoegde autoriteiten. Om effectief markttoezicht te waarborgen, heeft Frankrijk een procedure vastgesteld op basis van het systeem dat van toepassing is op beperkte hoeveelheden, teneinde de veiligheid te garanderen van het vervoer van monsters die gevaarlijke goederen bevatten. Aangezien de bepalingen van tabel A niet altijd kunnen worden toegepast, is de beperking van de hoeveelheid voor de binnenverpakking vanuit een meer operationeel standpunt gedefinieerd.

Vervaldatum: 1 januari 2025

HU Hongarije

ROaHU1

Betreft: invoering van RO–a–DE–2

Referentie van de nationale wetgeving: A nemzeti fejlesztési miniszter rendelete az ADR Megállapodás A és B Mellékletének belföldi alkalmazásáról

Vervaldatum: 30 januari 2025

ROaHU2

Betreft: distributie van goederen in binnenverpakkingen naar detailhandelaren of van lokale magazijnen naar detailhandelaren of gebruikers en van detailhandelaren naar eindgebruikers

Verwijzing naar bijlage I, deel I.1, bij Richtlijn 2008/68/EG: 6.1

Inhoud van de bijlage bij de richtlijn: voorschriften voor de constructie en de beproeving van verpakkingen

Inhoud van de nationale wetgeving: Het is niet verplicht op de binnenverpakking een markering aan te brengen overeenkomstig bijlage I, deel I.1, punt 6.1.3, bij Richtlijn 2008/68/EG of die anderszins te kenmerken als deze gevaarlijke goederen bevat die oorspronkelijk zijn verpakt overeenkomstig bijlage I, deel I.1, punt 3.4, bij Richtlijn 2008/68/EG en worden vervoerd in een in de nationale wetgeving bepaalde hoeveelheid.

Referentie van de nationale wetgeving: A nemzeti fejlesztési miniszter rendelete az ADR Megállapodás A és B Mellékletének belföldi alkalmazásáról

Toelichting: De eisen van bijlage I, deel I.1, bij Richtlijn 2008/68/EG zijn niet afgestemd op de laatste fasen van het vervoer van een magazijn naar een detailhandelaar of gebruiker of van een detailhandelaar naar een eindgebruiker. Deze afwijking moet het mogelijk maken binnenverpakkingen van goederen voor kleinhandelsdistributie op het laatste deel van een lokaal distributietraject zonder buitenverpakking te vervoeren.

Vervaldatum: 30 januari 2025

AT Oostenrijk

RO–a–AT–1

Betreft: kleine hoeveelheden van alle klassen, behalve 1, 6.2 en 7

Verwijzing naar bijlage I, deel I.1, bij Richtlijn 2008/68/EG: 3.4

Inhoud van de bijlage bij de richtlijn: vervoer van gevaarlijke goederen, verpakt in beperkte hoeveelheden

Inhoud van de nationale wetgeving: Tot 30 kg of 30 liter gevaarlijke goederen die niet tot categorie 0 of 1 behoren in beperkte hoeveelheden in binnenverpakkingen, in ADR-conforme verpakkingen of als stevige artikelen, mogen samen worden verpakt in op X‐straling geteste dozen.

Eindgebruikers mogen deze goederen ophalen in de winkel of terugbrengen naar een winkel; handelaars mogen ze vervoeren naar de eindgebruiker of tussen hun winkels.

De maximumhoeveelheid voor een vervoerseenheid bedraagt 333 kg of liter en de afstand mag niet meer dan 100 km bedragen.

De dozen moeten over een gestandaardiseerde etikettering beschikken en vergezeld gaan van een vereenvoudigd vervoersdocument.

Er gelden enkele ladings- en behandelingsvoorschriften.

Referentie van de nationale wetgeving: Gefahrgutbeförderungsverordnung Geringe Mengen — GGBV-GM from 5.7.2019, BGBl. II Nr. 203/2019

Vervaldatum: 30 juni 2022

PT Portugal

RO–a–PT–3

Betreft: invoering van RO–a–HU–2

Referentie van de nationale wetgeving: —

Vervaldatum: 30 januari 2022

FI Finland

RO–a–FI–1

Betreft: vervoer van bepaalde hoeveelheden gevaarlijke goederen in bussen

Rechtsgrondslag: Richtlijn 2008/68/EG, artikel 6, lid 2, onder a)

Verwijzing naar bijlage I, deel I.1, bij Richtlijn 2008/68/EG: delen 1, 4 en 5

Inhoud van de bijlage bij de richtlijn: vrijstellingen, verpakkingsvoorschriften, kenmerking en documentatie

Inhoud van de nationale wetgeving: In passagiersbussen mogen kleine hoeveelheden specifieke gevaarlijke goederen als vracht worden vervoerd, voor zover de totale hoeveelheid niet meer dan 200 kg bedraagt. Privépersonen mogen gevaarlijke goederen als bedoeld in punt 1.1.3 aan boord van een bus vervoeren wanneer die goederen verpakt zijn voor verkoop in de detailhandel en bestemd zijn voor persoonlijk gebruik. De totale hoeveelheid ontvlambare vloeistoffen in hervulbare recipiënten mag niet meer dan 5 liter bedragen.

Referentie van de nationale wetgeving: reglement van het Finse agentschap voor vervoersveiligheid betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg en regeringsbesluit betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg (194/2002)

Vervaldatum: 30 juni 2021

RO–a–FI–2

Betreft: beschrijving van lege tanks in het vervoersdocument

Rechtsgrondslag: Richtlijn 2008/68/EG, artikel 6, lid 2, onder a)

Verwijzing naar bijlage I, deel I.1, bij Richtlijn 2008/68/EG: deel 5, 5.4.1

Inhoud van de bijlage bij de richtlijn: bijzondere voorschriften voor het vervoer in tankwagens of vervoerseenheden met meer dan één tank

Inhoud van de nationale wetgeving: Bij het vervoer van lege, ongereinigde tankwagens of vervoerseenheden met meer dan één tank met een etikettering overeenkomstig punt 5.3.2.1.3, mag de stof met het laagste vlampunt in het vervoersdocument worden vermeld als laatst vervoerde stof.

Referentie van de nationale wetgeving: reglement van het Finse agentschap voor vervoersveiligheid betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg

Vervaldatum: 30 juni 2021

RO–a–FI–3

Betreft: bebording en kenmerking van de vervoerseenheid voor explosieven

Rechtsgrondslag: Richtlijn 2008/68/EG, artikel 6, lid 2, onder a)

Verwijzing naar bijlage I, deel I.1, bij Richtlijn 2008/68/EG: 5.3.2.1.1

Inhoud van de bijlage bij de richtlijn: algemene voorschriften voor oranje borden

Inhoud van de nationale wetgeving: Op vervoerseenheden (doorgaans kleine vrachtwagens) die kleine hoeveelheden explosieven (maximaal 1 000 kg netto) naar steengroeven en werklocaties vervoeren, mag aan de voor- en achterkant een bord worden aangebracht volgens model 1.

Referentie van de nationale wetgeving: reglement van het Finse agentschap voor vervoersveiligheid betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg

Vervaldatum: 30 juni 2021

SE Zweden

RO–a–SE–1

Betreft: invoering van RO–a–FR–7

Rechtsgrondslag: Richtlijn 2008/68/EG, artikel 6, lid 2, onder a) (kleine hoeveelheden)

Verwijzing naar bijlage I, deel I.1, bij Richtlijn 2008/68/EG: delen 1 t.e.m. 9

Inhoud van de richtlijn:

Referentie van de nationale wetgeving: Särskilda bestämmelser om visa inrikes transporter av farligt gods på väg och i terräng

Toelichting:

Vervaldatum: 30 juni 2022

Op grond van artikel 6, lid 2, onder b), i), van Richtlijn 2008/68/EG

BE België

RO–bi–BE–5

Betreft: vervoer van afval naar afvalverwijderingsinstallaties

Verwijzing naar bijlage I, deel I.1, bij Richtlijn 2008/68/EG: 5.2, 5.4, 6.1

Inhoud van de bijlage bij de richtlijn: classificatie, kenmerking en verpakkingsvoorschriften

Inhoud van de nationale wetgeving: In plaats van het afval te classificeren aan de hand van de ADR, wordt het in verschillende afvalgroepen geclassificeerd (brandbare oplosmiddelen, verf, zuren, batterijen enz.) om gevaarlijke reacties binnen één groep te voorkomen. De voorschriften voor de vervaardiging van verpakkingen zijn minder streng.

Referentie van de nationale wetgeving: Koninklijk Besluit betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg

Toelichting: Deze regeling mag worden gebruikt voor het vervoer van kleine hoeveelheden afval naar afvalverwijderingsinstallaties.

Vervaldatum: 31 december 2022

RO–bi–BE–6

Betreft: invoering van RO–bi–SE–5

Referentie van de nationale wetgeving: afwijking 012004

Vervaldatum: 31 december 2022

RO–bi–BE–7

Betreft: invoering van RO–bi–SE–6

Referentie van de nationale wetgeving: afwijking 022003

Vervaldatum: 31 december 2022

RO–bi–BE–8

Betreft: vrijstelling van het verbod voor de chauffeur of de bijrijder om verpakkingen met gevaarlijke goederen te openen in een lokale distributieketen van een lokaal magazijn naar een detailhandelaar of eindgebruiker en van een detailhandelaar naar een eindgebruiker (behalve klasse 7)

Verwijzing naar bijlage I, deel I.1, bij Richtlijn 2008/68/EG: 8.3.3

Inhoud van de bijlage bij de richtlijn: verbod voor de chauffeur of de bijrijder om verpakkingen met gevaarlijke goederen te openen

Inhoud van de nationale wetgeving: Het verbod om verpakkingen te openen wordt aangevuld met de voorwaarde „tenzij deze daartoe door de exploitant van het voertuig is gemachtigd”.

Referentie van de nationale wetgeving: Koninklijk Besluit betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg

Toelichting: Indien het verbod in de bijlage letterlijk wordt genomen, kan het ernstige problemen voor de detailhandelsdistributie opleveren.

Vervaldatum: 31 december 2022

RO–bi–BE–10

Betreft: vervoer in de directe omgeving van industrieterreinen, met inbegrip van vervoer over de openbare weg

Verwijzing naar bijlage I, deel I.1, bij Richtlijn 2008/68/EG: bijlagen A en B

Inhoud van de bijlage bij de richtlijn: bijlagen A en B

Inhoud van de nationale wetgeving: De afwijkingen hebben betrekking op de documentatie, het bestuurderscertificaat en/of de etikettering en kenmerking van verpakkingen.

Referentie van de nationale wetgeving: afwijkingen 102012, 122012, 242013, 312013, 072014, 082014, 092014 en 382014

Vervaldatum: 31 december 2022

RO–bi–BE–11

Betreft: inzameling van butaan-propaan-cilinders zonder overeenstemmende etikettering

Verwijzing naar bijlage I, deel I.1, bij Richtlijn 2008/68/EG: 5.2.2.1.1

Inhoud van de bijlage bij de richtlijn: Op gascilinders moeten gevarenetiketten aangebracht zijn.

Inhoud van de nationale wetgeving: Tijdens de inzameling van cilinders die UN 1965 hebben bevat, moeten ontbrekende etiketten niet worden vervangen indien het voertuig zelf correct is gelabeld (model 2.1).

Referentie van de nationale wetgeving: afwijking 142016

Vervaldatum: 31 december 2022

RO–bi–BE–12

Betreft: vervoer van UN 3509 in bulkcontainers met een afdekzeil

Verwijzing naar bijlage I, deel I.1, bij Richtlijn 2008/68/EG: 7.3.2.1

Inhoud van de bijlage bij de richtlijn: UN 3509 moet worden vervoerd in gesloten bulkcontainers.

Referentie van de nationale wetgeving: afwijking 152016

Vervaldatum: 31 december 2022

RO–bi–BE–13

Betreft: vervoer van DOT-cilinders

Verwijzing naar bijlage I, deel I.1, bij Richtlijn 2008/68/EG: 6.2.3.4 t.e.m. 6.2.3.9

Inhoud van de bijlage bij de richtlijn: Gascilinders moeten worden geproduceerd en getest overeenkomstig punt 6.2 van de ADR.

Inhoud van de nationale wetgeving: Gascilinders die overeenkomstig de voorschriften van het United States Department of Transportation (DOT) zijn geproduceerd en getest, mogen worden gebruikt voor het vervoer van een beperkte lijst van in de bijlage bij de afwijking genoemde gassen.

Referentie van de nationale wetgeving: afwijking BWV012017

Vervaldatum: 31 december 2022

DK Denemarken

RO–bi–DK–1

Betreft: UN 1202, UN 1203, UN 1223 en klasse 2 — geen vervoersdocument

Verwijzing naar bijlage I, deel I.1, bij Richtlijn 2008/68/EG: 5.4.1

Inhoud van de bijlage bij de richtlijn: vervoersdocument vereist

Inhoud van de nationale wetgeving: Bij het vervoer van minerale olieproducten van klasse 3, UN 1202, UN 1203 en UN 1223 en gassen van klasse 2 in het kader van distributie (aflevering van goederen aan twee of meer ontvangers en inzameling van ingeleverde goederen in vergelijkbare situaties) is een vervoersdocument niet vereist mits de schriftelijke instructies naast de krachtens de ADR vereiste informatie ook informatie over het UN-nummer, de naam en de klasse bevatten.

Referentie van de nationale wetgeving: Bekendtgørelse nr. 729 af 15.8.2001 om vejtransport af farligt gods

Toelichting: De reden voor deze nationale afwijking is dat oliemaatschappijen dankzij de ontwikkeling van elektronische apparatuur bijvoorbeeld permanent informatie over klanten naar hun voertuigen kunnen verzenden. Aangezien deze informatie bij het vertrek niet beschikbaar is en tijdens het vervoer naar het voertuig wordt verzonden, kunnen de vervoersdocumenten niet vóór het vertrek worden opgesteld. Dergelijk vervoer vindt plaats binnen een beperkt gebied.

Denemarken geniet een afwijking voor een soortgelijke bepaling krachtens artikel 6, lid 10, van Richtlijn 94/55/EG.

Vervaldatum: 30 juni 2026

RO–bi–DK–2

Betreft: invoering van RO–bi–SE–6

Referentie van de nationale wetgeving: Bekendtgørelse nr. 437 af 6. juni 2005 om vejtransport af farligt gods, as amended

Vervaldatum: 30 juni 2026

RO–bi–DK–3

Betreft: het vervoer van gevaarlijke goederen tussen dicht bij elkaar gelegen privéterreinen

Verwijzing naar bijlage I, deel I.1, bij Richtlijn 2008/68/EG: bijlagen A en B

Inhoud van de bijlage bij de richtlijn: voorschriften voor het vervoer van gevaarlijke goederen over de openbare weg

Inhoud van de nationale wetgeving: Voor het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg tussen twee of meer afzonderlijke dicht bij elkaar gelegen privéterreinen is geen vergunning van de bevoegde autoriteit vereist — Bepaalde voorwaarden zijn van toepassing.

Referentie van de nationale wetgeving: Bekendtgørelse nr. 828 af 10. juni 2017 om vejtransport af farligt gods

Toelichting: Deze situatie kan zich voordoen wanneer goederen worden vervoerd tussen twee privéterreinen die in elkaars buurt liggen maar waarvoor de openbare weg moet worden gebruikt (bv. om een weg over te steken). Dit valt niet onder het vervoer van gevaarlijke goederen over de openbare weg in de gebruikelijke betekenis en er gelden minder strenge voorschriften.

Vervaldatum: 30 juni 2026

RO–bi–DK–4

Betreft: vervoer over de weg van gevaarlijke goederen van bepaalde klassen van privéwoningen en bedrijven naar afvalinzamelpunten of tussenliggende verwerkingsinstallaties met het oog op verwijdering

Verwijzing naar bijlage I, deel I.1, bij Richtlijn 2008/68/EG: delen 1 t.e.m. 9

Inhoud van de bijlage bij de richtlijn: algemene bepalingen, classificatiebepalingen, bijzondere bepalingen, verpakkingsvoorschriften, verzendingsprocedures, eisen voor het vervaardigen en testen van verpakkingen, bepalingen inzake vervoersvoorwaarden, laden, lossen en behandelen, voorschriften voor voertuigbemanningen, apparatuur, exploitatie en documentatie en voorschriften voor de constructie en goedkeuring van voertuigen

Inhoud van de nationale wetgeving: Gevaarlijke goederen mogen onder bepaalde voorwaarden van privéwoningen en bedrijven naar afvalinzamelpunten of tussenliggende verwerkingsinstallaties worden vervoerd met het oog op verwijdering. Al naargelang de aard en de risico’s van het vervoer moeten andere voorschriften worden nageleefd, bijvoorbeeld wat betreft de hoeveelheid gevaarlijke goederen per binnenverpakking, per buitenverpakking en/of per vervoerseenheid, en naargelang er al dan niet een verband bestaat tussen het vervoer van gevaarlijke goederen en de hoofdactiviteit van de ondernemingen.

Referentie van de nationale wetgeving: Bekendtgørelse nr. 818 af 28. juni 2011 om vejtransport af farligt gods § 4, stk. 3

Toelichting: Afvalbeheerders en bedrijven kunnen niet alle bepalingen van bijlage I, deel I.1, bij Richtlijn 2008/68/EG toepassen wanneer afval dat resten van gevaarlijke goederen kan bevatten met het oog op verwijdering van privéwoningen en/of bedrijven naar inzamelpunten wordt vervoerd. Het afval betreft gewoonlijk verpakkingen die oorspronkelijk zijn vervoerd op basis van de vrijstelling van bijlage I, deel I.1, punt 1.1.3.1, onder c), van Richtlijn 2008/68/EG en/of in de detailhandel zijn verkocht. De vrijstelling van punt 1.1.3.1, onder c), geldt echter niet voor vervoer naar afvalinzamelpunten, en de bepalingen van bijlage I, deel I.1, punt 3.4, van Richtlijn 2008/68/EG zijn niet geschikt voor het vervoer van afval van binnenverpakkingen.

Vervaldatum: 1 januari 2025.

RO–bi–DK–5

Betreft: vrijstelling voor het laden en lossen van gevaarlijke goederen waaraan krachtens punt 7.5.11 aanvullend voorschrift CV1 en krachtens punt 8.5 aanvullend voorschrift S1 is toegekend, zonder speciale toestemming van de bevoegde instantie op een voor het publiek toegankelijke plaats

Verwijzing naar bijlage I, deel I.1, bij deze richtlijn: 7.5.11, 8.5

Inhoud van de bijlage bij de richtlijn: aanvullende voorschriften inzake laden, lossen en behandeling

Inhoud van de nationale wetgeving: In afwijking van de voorschriften van punt 7.5.11 of 8.5 is het laden en lossen van gevaarlijke goederen op een voor het publiek toegankelijke plaats zonder speciale toestemming van de bevoegde instantie toegestaan.

Referentie van de nationale wetgeving: Bekendtgørelse nr. 828 af 10. juni 2017 om vejtransport af farligt gods

Toelichting: Voor binnenlands vervoer in de staat legt deze bepaling een zware last op de bevoegde autoriteiten en het bedrijfsleven dat zich bezighoudt met de gevaarlijke goederen in kwestie.

Vervaldatum: 30 juni 2026

DE Duitsland

RO–bi–DE–1

Betreft: vrijstelling voor bepaalde vermeldingen op het vervoersdocument (n2)

Verwijzing naar bijlage I, deel I.1, bij Richtlijn 2008/68/EG: 5.4.1.1.1

Inhoud van de bijlage bij de richtlijn: inhoud van het vervoersdocument

Inhoud van de nationale wetgeving: voor alle klassen, behalve de klassen 1 (behalve 1.4S), 5.2 en 7:

In het vervoersdocument moet geen vermelding worden opgenomen:

a) 

van de ontvanger bij plaatselijke distributie (behalve voor een volledige lading en vervoer met specifieke trajecten);

b) 

van de hoeveelheid en de aard van de verpakkingen als punt 1.1.3.6 niet van toepassing is en het voertuig aan alle bepalingen van de bijlagen A en B voldoet;

c) 

voor lege, ongereinigde tanks volstaat het vervoersdocument van de laatste lading.

Referentie van de nationale wetgeving: Gefahrgut-Ausnahmeverordnung — GGAV 2002 vom 6.11.2002 (BGBl. I S. 4350); Ausnahme 18

Toelichting: De toepassing van alle voorschriften voor dergelijk vervoer is niet uitvoerbaar.

Afwijking door de Commissie geregistreerd als nr. 22 (krachtens artikel 6, lid 10, van Richtlijn 94/55/EG).

Vervaldatum: 30 juni 2021

RO–bi–DE–3

Betreft: vervoer van verpakt gevaarlijk afval

Verwijzing naar bijlage I, deel I.1, bij Richtlijn 2008/68/EG: delen 1 t.e.m. 5

Inhoud van de bijlage bij de richtlijn: classificatie, verpakking en kenmerking

Inhoud van de nationale wetgeving: klassen 2 tot en met 6.1, 8 en 9: gezamenlijke verpakking en vervoer van gevaarlijk afval in pakketten en IBC’s; afval moet in een binnenverpakking (zoals ingezameld) worden verpakt en in specifieke afvalgroepen worden geclassificeerd (om gevaarlijke reacties binnen een afvalgroep te vermijden); gebruik van speciale schriftelijke instructies voor de afvalgroepen en als vrachtbrief; inzameling van huisvuil, laboratoriumafval enz.

Referentie van de nationale wetgeving: Gefahrgut-Ausnahmeverordnung — GGAV 2002 vom 6.11.2002 (BGBl. I S. 4350); Ausnahme 20

Toelichting: lijst nr. 6*

Vervaldatum: 30 juni 2021

RO–bi–DE–5

Betreft: plaatselijk vervoer van UN 3343 (nitroglycerinemengsel, ongevoelig gemaakt, vloeibaar, ontvlambaar, niet anders gespecificeerd, met niet meer dan 30 % nitroglycerine) in tankcontainers, in afwijking van bijlage I, deel I.1, punt 4.3.2.1.1, bij Richtlijn 2008/68/EG

Verwijzing naar bijlage I, deel I.1, bij Richtlijn 2008/68/EG: 3.2, 4.3.2.1.1

Inhoud van de bijlage bij de richtlijn: bepalingen inzake het gebruik van tankcontainers

Inhoud van de nationale wetgeving: plaatselijk vervoer van nitroglycerine (UN 3343) in tankcontainers, over korte afstanden, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

1.    Eisen met betrekking tot tankcontainers

1.1. Er mag alleen gebruik worden gemaakt van tankcontainers waarvoor een speciale toestemming is afgegeven en die beantwoorden aan de in bijlage I, deel I.1, punt 6.8, bij Richtlijn 2008/68/EG vastgestelde bepalingen inzake constructie, uitrusting, vergunning van het constructiemodel, tests, etikettering en werking.

1.2. Het sluitmechanisme van de tankcontainer moet zijn uitgerust met een decompressiesysteem dat opengaat bij een interne druk van 300 kPa (3 bar) boven de normale druk, waardoor een naar boven gerichte opening van minstens 135 cm 2 (diameter: 132 mm) opengaat. Die opening mag zich na activering niet opnieuw sluiten. Met het oog op de veiligheid kunnen een of meer veiligheidselementen met hetzelfde activeringsgedrag en overeenkomstig decompressieoppervlak worden gebruikt. Het constructietype van de veiligheidsinstallatie moet met succes de typetests hebben doorstaan en typegoedkeuring hebben verkregen van de verantwoordelijke autoriteit.

2.    Etikettering

Op elke tankcontainer moet aan beide zijden een etiket met een gevarenlabel worden aangebracht overeenkomstig model 3 van bijlage I, deel I.1, punt 5.2.2.2.2, bij Richtlijn 2008/68/EG.

3.    Exploitatiebepalingen

3.1. Er moet op worden toegezien dat de nitroglycerine tijdens het vervoer evenredig verdeeld is in het flegmatiseringsmedium en dat geen ontmenging kan plaatsvinden.

3.2. Tijdens het laden en lossen mag er niemand in of op het voertuig blijven, behalve om de laad- en losapparatuur te bedienen.

3.3. Op de losplaats worden de tankcontainers volledig geledigd. Als ze niet volledig kunnen worden geledigd, worden ze na het lossen vast afgesloten tot ze opnieuw worden gevuld.

Referentie van de nationale wetgeving: afwijking Noordrijn-Westfalen

Opmerkingen: Het betreft plaatselijk vervoer over de weg in tankcontainers, over korte afstanden, als onderdeel van een industrieel proces tussen twee vaste productievestigingen. Om een farmaceutisch product te produceren, levert productievestiging A, als onderdeel van een vervoersactiviteit die aan de regels beantwoordt, een ontvlambare (UN 1866) harsoplossing van verpakkingsgroep II in tankcontainers van 600 liter aan productievestiging B. Daar wordt een nitroglycerineoplossing toegevoegd en gebeurt de menging, waardoor, voor verder gebruik, een lijmmengsel met ongevoelig gemaakte, vloeibare, ontvlambare, niet anders gespecificeerde nitroglycerine ontstaat, met niet meer dan 30 % nitroglycerine (UN 3343). Het vervoer van deze substantie terug naar vestiging A gebeurt ook met de bovenvermelde tankcontainers, die door de relevante autoriteit specifiek zijn gecontroleerd en goedgekeurd voor deze specifieke vervoersactiviteit en waarop de tankcode L10DN is aangebracht.

Vervaldatum: 30 juni 2022

RO–bi–DE–6

Betreft: invoering van RO–bi–SE–6

Referentie van de nationale wetgeving: § 1 Absatz 3 Nummer 1 der Gefahrgutverordnung Straße, Eisenbahn und Binnenschifffahrt (GGVSEB)

Vervaldatum: 30 juni 2021

RO–bi–DE–7

Betreft: invoering van RO–bi–BE–10

Referentie van de nationale wetgeving:

Vervaldatum: 20 maart 2021

IE Ierland

RO–bi–IE–3

Betreft: vrijstelling voor het laden en lossen van gevaarlijke goederen waaraan krachtens punt 7.5.11 aanvullend voorschrift CV1, en krachtens punt 8.5 aanvullend voorschrift S1 is toegekend, zonder speciale toestemming van de bevoegde instantie op een voor het publiek toegankelijke plaats

Verwijzing naar bijlage I, deel I.1, bij Richtlijn 2008/68/EG: 7.5 en 8.5

Inhoud van de bijlage bij de richtlijn: aanvullende voorschriften inzake het laden, het lossen en de behandeling

Inhoud van de nationale wetgeving: In afwijking van de voorschriften van punt 7.5.11 of 8.5 is het laden en lossen van gevaarlijke goederen op een voor het publiek toegankelijke plaats zonder speciale toestemming van de bevoegde instantie toegestaan.

Referentie van de nationale wetgeving: Regulation 82(5) of the „Carriage of Dangerous Goods by Road Regulations, 2004”

Toelichting: Voor binnenlands vervoer vormt deze bepaling een zeer bewerkelijke verplichting voor de bevoegde instanties.

Vervaldatum: 30 juni 2021

RO–bi–IE–6

Betreft: vrijstelling van het voorschrift in punt 4.3.4.2.2, waarin bepaald is dat niet permanent met de tank van een tankwagen verbonden buigzame laad- en losleidingen tijdens het vervoer leeg moeten zijn

Verwijzing naar bijlage I, deel I.1, bij Richtlijn 2008/68/EG: 4.3

Inhoud van de bijlage bij de richtlijn: gebruik van tankwagens

Inhoud van de nationale wetgeving: Flexibele slanghaspels (inclusief de bijbehorende vaste pijpleidingen) die zijn verbonden aan tankwagens voor kleinhandelsdistributie van aardolieproducten met identificatienummers UN 1011, UN 1202, UN 1223, UN 1863 en UN 1978, moeten tijdens het vervoer over de weg niet leeg zijn, mits afdoende maatregelen worden genomen om lekkage te voorkomen.

Referentie van de nationale wetgeving: Regulation 82(8) of the „Carriage of Dangerous Goods by Road Regulations, 2004”

Toelichting: Flexibele slangen die zijn verbonden aan tankwagens voor levering aan huis, moeten zelfs tijdens het vervoer te allen tijde vol blijven. Het leveringssysteem vereist dat de meter en de slang van de tankwagen vooraf gevuld zijn om te waarborgen dat de afnemer de juiste hoeveelheid product ontvangt.

Vervaldatum: 30 juni 2021

RO–bi–IE–7

Betreft: vrijstelling van bepaalde voorschriften van de punten 5.4.0, 5.4.1.1.1 en 7.5.11 van de ADR voor het bulkvervoer van ammoniumnitraatmeststoffen (UN 2067) van havens naar de bestemmelingen

Verwijzing naar bijlage I, deel I.1, bij Richtlijn 2008/68/EG: 5.4.0, 5.4.1.1.1 en 7.5.11

Inhoud van de bijlage bij de richtlijn: voorschrift voor een apart vervoersdocument met de correcte totale hoeveelheid van de specifieke lading voor elk vervoerstraject en het voorschrift dat het voertuig voor en na het traject moet worden gereinigd

Inhoud van de nationale wetgeving: voorgestelde afwijking om wijzigingen toe te staan in de ADR-voorschriften voor het vervoersdocument en de reiniging van het voertuig teneinde rekening te houden met de praktische aspecten van bulkvervoer van de haven naar de bestemmeling

Referentie van de nationale wetgeving: voorgesteld amendement van de „Carriage of Dangerous Goods by Road Regulations, 2004”

Toelichting: De bepalingen van de ADR vereisen a) een afzonderlijk vervoersdocument met vermelding van de totale massa vervoerde gevaarlijke goederen voor de specifieke lading, en b) het aanvullende voorschrift „CV24” inzake de reiniging voor elke afzonderlijke lading die bij het lossen van een bulkschip tussen de haven en de bestemmeling wordt vervoerd. Aangezien het hier om plaatselijk vervoer bij het lossen van een bulkschip gaat, waarbij dezelfde stof in verschillende ladingen (op dezelfde dag of opeenvolgende dagen) tussen het bulkschip en de ontvanger wordt vervoerd, moet één vervoersdocument met een benaderde totale massa van elke lading volstaan en is het niet nodig de toepassing van voorschrift CV24 te eisen.

Vervaldatum: 30 juni 2021

RO–bi–IE–8

Betreft: vervoer van gevaarlijke goederen tussen privéterreinen en een ander voertuig in de onmiddellijke nabijheid van die terreinen, of tussen delen van privéterreinen die aan weerszijden van een openbare weg gelegen zijn

Referentie van de bijlage bij de richtlijn: bijlage I, deel I.1, bij Richtlijn 2008/68/EG: bijlagen A en B

Inhoud van de bijlage bij de richtlijn: voorschriften voor het vervoer van gevaarlijke goederen over de openbare weg

Inhoud van de nationale wetgeving: De voorschriften worden niet toegepast wanneer de gevaarlijke goederen met een voertuig worden overgebracht:

a) 

tussen privéterreinen en een ander voertuig in de onmiddellijke nabijheid van die terreinen, of

b) 

tussen twee delen van een privéterrein die door een openbare weg van elkaar worden gescheiden,

indien het vervoer via de kortste route gebeurt.

Referentie van de nationale wetgeving: European Communities (Carriage of Dangerous Goods by Road and Use of Transportable Pressure Equipment) Regulations 2011 and 2013, Regulation 56

Toelichting: Soms moeten goederen worden vervoerd tussen delen van een privéterrein of tussen een privéterrein en een daarmee verbonden voertuig dat zich aan de overzijde van een openbare weg bevindt. Deze vorm van vervoer vormt geen vervoer van gevaarlijke goederen in de gebruikelijke betekenis. Derhalve moeten de voorschriften inzake het vervoer van gevaarlijke goederen niet worden toegepast. Zie ook RO–bi–SE–3 en RO–bi–DK–3.

Vervaldatum: 30 januari 2025

EL Griekenland

RO–bi–EL–1

Betreft: vrijstelling van veiligheidsvereisten voor vaste tanks (tankvoertuigen) met een bruto massa van minder dan 4 ton die worden gebruikt voor plaatselijk vervoer van gasolie (UN 1202) en die voor de eerste maal in Griekenland zijn ingeschreven tussen 1 januari 1991 en 31 december 2002

Verwijzing naar bijlage I, deel I.1, bij Richtlijn 2008/68/EG: 1.6.3.6, 6.8.2.4.2, 6.8.2.4.3, 6.8.2.4.4, 6.8.2.4.5, 6.8.2.1.17-6.8.2.1.22, 6.8.2.1.28, 6.8.2.2, 6.8.2.2.1 en 6.8.2.2.2

Inhoud van de bijlage bij de richtlijn: vereisten inzake constructie, uitrusting, typekeuring, inspectie en beproeving, en kenmerking van vaste tanks (tankvoertuigen), afneembare tanks, tankcontainers en wissellaadtanks, waarvan de houders uit metaal vervaardigd zijn, en batterijvoertuigen, alsmede van MEGC’s

Inhoud van de nationale wetgeving: overgangsbepaling: Er mag nog gebruik worden gemaakt van vaste tanks (tankvoertuigen) met een bruto massa van minder dan 4 ton, die uitsluitend worden gebruikt voor plaatselijk vervoer van gasolie (UN 1202), die voor het eerst in Griekenland zijn geregistreerd tussen 1 januari 1991 en 31 december 2002 en waarvan de dikte minder dan 3 mm bedraagt. De bepaling is bedoeld voor plaatselijk vervoer door in die periode geregistreerde voertuigen. Deze overgangsbepaling geldt alleen voor tankvoertuigen die zijn omgebouwd overeenkomstig punt 6.8.2.1.20 en aangepast overeenkomstig:

1. 

de volgende punten van de ADR betreffende inspecties en beproevingen: 6.8.2.4.2, 6.8.2.4.3, 6.8.2.4.4 en 6.8.2.4.5;

2. 

de tanks moeten voldoen aan de eisen van punten 6.8.2.1.28, 6.8.2.2.1 en 6.8.2.2.2.

In het veld „Opmerkingen” van het kentekenbewijs van het voertuig wordt geschreven: „VALID UNTIL 30.6.2021”.

Referentie van de nationale wetgeving: Τεχνικές Προδιαγραφές κατασκευής, εξοπλισμού και ελέγχων των δεξαμενών μεταφοράς συγκεκριμένων κατηγοριών επικινδύνων εμπορευμάτων για σταθερές δεξαμενές (οχήματα-δεξαμενές), αποσυναρμολογούμενες δεξαμενές που βρίσκονται σε κυκλοφορία (Requirements for construction, equipment, inspections and tests of fixed tanks (tank-vehicles) and removable tanks in circulation, for some categories of dangerous goods)

Vervaldatum: 30 juni 2021

ES Spanje

RO–bi–ES–2

Betreft: speciale apparatuur voor de distributie van ammoniakgas

Verwijzing naar bijlage I, deel I.1, bij Richtlijn 2008/68/EG: 6.8.2.2.2

Inhoud van de bijlage bij de richtlijn: Teneinde elk verlies van de inhoud bij beschadiging van de uitwendige laad- en losinrichtingen (pijpen, zijafsluiters) te voorkomen, moeten de inwendige afsluiter en de zitting daarvan zodanig ontworpen of beschermd zijn dat zij niet kunnen afbreken door uitwendige belasting. De laad- en losinrichtingen (met inbegrip van flenzen of schroefdoppen) alsmede de eventuele beschermkappen, moeten beveiligd kunnen worden tegen elk onbedoeld openen.

Inhoud van de nationale wetgeving: Tanks die voor de distributie en het gebruik van ammoniakgas in de landbouw en die vóór 1 januari 1997 in gebruik zijn genomen, mogen van een uitwendige in plaats van een inwendige beveiliging worden voorzien, mits die een bescherming biedt die ten minste gelijkwaardig is met de bescherming die door de wand van de tank wordt geboden.

Referentie van de nationale wetgeving: Real Decreto 97/2014. Anejo 1. Apartado 3

Toelichting: Vóór 1 januari 1997 werden er in de landbouw voor het rechtstreeks opbrengen van ammoniakgas op het land uitsluitend tanks met een uitwendige beveiliging gebruikt. Een aantal van die tanks worden nog steeds gebruikt. Ze rijden zelden met lading op de weg, maar worden uitsluitend gebruikt voor het uitrijden van mest op grote boerderijen.

Vervaldatum: 28 februari 2022

FR Frankrijk

RO–bi–FR–1

Betreft: gebruik van het scheepvaartdocument als vervoersdocument bij korte trajecten na het lossen van het schip

Verwijzing naar bijlage I, deel I.1, bij Richtlijn 2008/68/EG: 5.4.1

Inhoud van de bijlage bij de richtlijn: informatie die moet worden vermeld in het document dat als vervoersdocument voor gevaarlijke goederen wordt gebruikt

Inhoud van de nationale wetgeving: Het scheepvaartdocument wordt binnen een straal van 15 km als vervoersdocument gebruikt.

Referentie van de nationale wetgeving: Arrêté du 1er juin 2001 relatif au transport des marchandises dangereuses par route — Article 234

Vervaldatum: 30 juni 2021

RO–bi–FR–3

Betreft: vervoer van vaste lpg-opslagtanks (18)

Verwijzing naar bijlage I, deel I.1, bij Richtlijn 2008/68/EG: bijlagen A en B

Inhoud van de nationale wetgeving: Voor het vervoer van vaste lpg-opslagtanks gelden, uitsluitend voor korte afstanden, specifieke voorschriften.

Referentie van de nationale wetgeving: Arrêté du 1er juin 2001 relatif au transport des marchandises dangereuses par route — Article 30

Vervaldatum: 30 juni 2021

RO–bi–FR–4

Betreft: invoering van RO–bi–BE–8

Referentie van de nationale wetgeving: Arrêté du 29 mai 2009 modifié relatif aux transports de marchandises dangereuses par voies terrestres

Vervaldatum: 30 januari 2022

RO–bi–FR–5

Betreft: invoering van RO–bi–BE–5

Referentie van de nationale wetgeving: —

Vervaldatum: 30 juni 2024

RO–bi–FR–6

Betreft: vervoer van afval dat vrije asbestvezels bevat

Verwijzing naar bijlage I, deel I.1, bij Richtlijn 2008/68/EG: 4.1.4

Inhoud van de bijlage bij de richtlijn: verpakkingsvoorschrift P002

Inhoud van de nationale wetgeving: vervoer van afval dat vrije asbestvezels bevat (UN 2212 ASBEST, AMFIBOOLASBEST (amosiet, tremoliet, actinoliet, anthofylliet, crocidoliet) of UN 2590 ASBEST, CHRYSOTIEL) vanop bouwplaatsen:

— 
het afval wordt vervoerd in kiepwagens;
— 
het afval wordt verpakt in „bouwafvalzakken” (opvouwbare zakken met dezelfde afmetingen als de laadbak), die volledig worden afgesloten zodat er tijdens het transport geen asbest kan vrijkomen;
— 
de bouwafvalzakken zijn voldoende sterk zodat ze tijdens het transport, maar ook tijdens het lossen op een stortplaats niet scheuren;
— 
er wordt voldaan aan de andere ADR-waarden.

Deze transportomstandigheden blijken uitermate geschikt voor het vervoer van grote hoeveelheden afval van wegwerkzaamheden of asbest dat uit gebouwen wordt verwijderd. Deze werkwijze is ook geschikt voor de uiteindelijke opslag van het afval in erkende stortplaatsen en vergemakkelijkt het lossen van het afval, waardoor de werknemers beter tegen asbest beschermd zijn dan volgens de verpakkingsvoorschriften P002 in punt 4.1.4 van de ADR.

Referentie van de nationale wetgeving: —

Vervaldatum: 30 juni 2024

HU Hongarije

RO–bi–HU–1

Betreft: invoering van RO–bi–SE–3

Referentie van de nationale wetgeving: A nemzeti fejlesztési miniszter rendelete az ADR Megállapodás A és B Mellékletének belföldi alkalmazásáról

Vervaldatum: 30 januari 2025

NL Nederland

RO–bi–NL–13

Betreft: Regeling vervoer huishoudelijk gevaarlijk afval 2015

Verwijzing naar bijlage I, deel I.1, bij Richtlijn 2008/68/EG: 1.1.3.6, 3.3, 4.1.4, 4.1.6, 4.1.8, 4.1.10, 5.1.2, 5.4.0, 5.4.1, 5.4.3, 6.1, 7.5.4, 7.5.7, 7.5.9, 8 en 9

Inhoud van de bijlage bij de richtlijn: vrijstellingen voor bepaalde hoeveelheden; bijzondere bepalingen; gebruik van verpakking; gebruik van oververpakking; documentatie; constructie en beproeving van verpakkingen; laden, lossen en behandeling; bemanning; uitrusting; exploitatie; voertuigen en documentatie; constructie en goedkeuring van voertuigen.

Inhoud van de nationale wetgeving: bepalingen voor het vervoer van klein ingezameld huishoudelijk gevaarlijk afval en huishoudelijk gevaarlijk afval van bedrijven, dat wordt aangeleverd in een geschikte verpakking met een maximale capaciteit van 60 liter. Gelet op de kleine hoeveelheden waar het telkens om gaat en op de uiteenlopende aard van de verschillende stoffen, kunnen de ADR-voorschriften bij het vervoer niet volledig worden nageleefd. Daarom wordt in de voornoemde regeling een vereenvoudigde variant vastgesteld, die afwijkt van een aantal bepalingen in de ADR.

Referentie van de nationale wetgeving: Regeling vervoer huishoudelijk gevaarlijk afval 2015

Toelichting: De regeling is zo ontworpen dat particulieren en bedrijven „klein chemisch afval” op één locatie kunnen aanbieden. Het gaat dan ook om restproducten, zoals verfresten. Het gevaar wordt geminimaliseerd door de keuze van het vervoermiddel, waarbij onder meer speciale transportelementen worden gebruikt, aangevuld met voor het publiek duidelijk zichtbare gele zwaailichten en borden „niet roken”. Het is van cruciaal belang dat de veiligheid wordt gewaarborgd. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren door de stoffen in gesloten verpakkingen te laten vervoeren, zodat verspreiding wordt voorkomen en er geen risico ontstaat dat giftige dampen weglekken of zich in het voertuig ophopen. Het voertuig bevat elementen waarin de verschillende categorieën afval kunnen worden opgeslagen en die bescherming bieden tegen schuiven, onopzettelijke verplaatsing en onbedoeld openen. Hoewel de aangeboden hoeveelheden afval klein zijn, moet de vervoersexploitant, gezien de uiteenlopende aard van de betrokken stoffen, toch over een vakbekwaamheidscertificaat beschikken. Omdat privépersonen niet voldoende op de hoogte zijn van de aan deze stoffen verbonden gevaren, moeten er schriftelijke instructies beschikbaar zijn, zoals in de bijlage bij de regeling is bepaald.

Vervaldatum: 30 juni 2021

PT Portugal

RO–bi–PT–1

Betreft: vervoersdocumentatie voor UN 1965

Verwijzing naar bijlage I, deel I.1, bij Richtlijn 2008/68/EG: 5.4.1

Inhoud van de bijlage bij de richtlijn: voorschriften voor vervoersdocumentatie

Inhoud van de nationale wetgeving: De exacte vervoersnaam die op het vervoersdocument moet worden vermeld voor in cilinders vervoerd commercieel butaan- en propaangas dat onder de verzamelrubriek „UN 1965 Mengsel van koolwaterstofgassen, vloeibaar gemaakt, n.e.g.” valt, zoals bepaald in punt 5.4.1 van het RPE (Regulamento Nacional de Transporte de Mercadorias Perigosas por Estrada), mag worden vervangen door de volgende handelsnamen:

„UN 1965 Butaan” voor de mengsels A, A01, A02 en A0, zoals beschreven in onderafdeling 2.2.2.3 van het RPE, vervoerd in cilinders;

„UN 1965 Propaan” voor mengsel C, zoals beschreven in onderafdeling 2.2.2.3 van het RPE, vervoerd in cilinders.

Referentie van de nationale wetgeving: Despacho DGTT7560/2004, de 16 de abril de 2004, ao abrigo do n.° 1 do artigo 5.° do Decreto-Lei n.° 267A/2003, de 27 de outubro

Toelichting: Het is belangrijk dat het invullen van vervoersdocumenten voor gevaarlijke goederen door economische operatoren wordt vergemakkelijkt, mits de veiligheid van die activiteiten niet in het gedrang komt.

Vervaldatum: 30 juni 2021

RO–bi–PT–2

Betreft: vervoersdocumentatie voor lege ongereinigde tanks en containers

Verwijzing naar bijlage I, deel I.1, bij Richtlijn 2008/68/EG: 5.4.1

Inhoud van de bijlage bij de richtlijn: voorschriften voor vervoersdocumentatie

Inhoud van de nationale wetgeving: Voor de terugritten van lege tanks en containers waarmee gevaarlijke goederen zijn vervoerd, mag het in punt 5.4.1 van het RPE bedoelde vervoersdocument worden vervangen door het vervoersdocument dat is afgegeven voor de onmiddellijk daaraan voorafgaande rit die is uitgevoerd voor het leveren van de goederen.

Referentie van de nationale wetgeving: Despacho DGTT 15162/2004, de 28 de julho de 2004, ao abrigo do artigo 5.°, n.° 1, do Decreto-Lei n.° 267A/2003, de 27 de outubro

Toelichting: De verplichting dat voor het vervoer van lege tanks en containers waarmee gevaarlijke goederen zijn vervoerd, een vervoersdocument moet zijn afgegeven dat voldoet aan het RPE, veroorzaakt in sommige gevallen praktische problemen; die kunnen tot een minimum worden beperkt zonder de veiligheid in het gedrang te brengen.

Vervaldatum: 30 juni 2021

FI Finland

RO–bi–FI–1

Betreft: wijziging van de informatie in het vervoersdocument voor explosieve stoffen

Rechtsgrondslag: Richtlijn 2008/68/EG, artikel 6, lid 2, onder a)

Verwijzing naar bijlage I, deel I.1, bij Richtlijn 2008/68/EG: 5.4.1.2.1, onder a)

Inhoud van de bijlage bij de richtlijn: bijzondere bepalingen voor klasse 1

Inhoud van de nationale wetgeving: In het vervoersdocument mag in plaats van de feitelijke nettomassa aan explosieve stoffen het aantal ontstekers worden vermeld (1 000 ontstekers stemt overeen met 1 kg explosieven).

Referentie van de nationale wetgeving: reglement van het Finse agentschap voor vervoersveiligheid betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg

Toelichting: Deze informatie volstaat voor binnenlands vervoer. Deze afwijking wordt voornamelijk gebruikt voor plaatselijk vervoer van kleine hoeveelheden door de springstofindustrie.

Vervaldatum: 30 juni 2021

RO–bi–FI–3

Betreft: invoering van RO–bi–DE–1

Referentie van de nationale wetgeving:

Vervaldatum: 28 februari 2022

RO–bi–FI–4

Betreft: invoering van RO–bi–SE–6

Referentie van de nationale wetgeving: decreet inzake een bestuurderscertificaat voor bestuurders van voertuigen die gevaarlijke goederen vervoeren (401/2011)

Vervaldatum: 30 juni 2021

SE Zweden

RO–bi–SE–1

Betreft: vervoer van gevaarlijk afval naar installaties voor de verwijdering van dergelijk afval

Verwijzing naar bijlage I, deel I.1, bij Richtlijn 2008/68/EG: delen 5 en 6

Inhoud van de bijlage bij de richtlijn: voorschriften voor de vervaardiging en de beproeving van verpakkingen

Inhoud van de nationale wetgeving: Vervoer van verpakkingen die gevaarlijke goederen als afval bevatten, moet worden uitgevoerd overeenkomstig de bepalingen van de ADR; hierop zijn slechts een paar uitzonderingen toegestaan. Niet voor alle soorten stoffen en artikelen zijn uitzonderingen mogelijk.

De voornaamste uitzonderingen zijn:

Kleine verpakkingen (minder dan 30 kg) van gevaarlijke goederen als afval mogen worden verpakt in verpakkingen, waaronder IBC’s en grote verpakkingen, en moeten niet voldoen aan de punten 6.1.5.2.1, 6.1.5.8.2, 6.5.6.1.2, 6.5.6.14.2, 6.6.5.2.1 en 6.6.5.4.3 van bijlage I, deel I.1, bij deze richtlijn. Verpakkingen, met inbegrip van IBC’s en grote verpakkingen, moeten niet worden getest zoals zij zijn klaargemaakt voor vervoer, namelijk met een representatieve steekproef van kleine binnenverpakkingen.

Dit is toegestaan op voorwaarde dat:

— 
de verpakkingen, IBC’s en grote verpakkingen in overeenstemming zijn met een type dat is getest en goedgekeurd op basis van verpakkingsgroep I of II van de toepasselijke bepalingen van afdeling 6.1, 6.5 of 6.6 van bijlage I, deel I.1, bij deze richtlijn;
— 
de kleine verpakkingen worden verpakt met absorberend materiaal dat vrije vloeistoffen die tijdens het vervoer kunnen ontsnappen vasthoudt in de buitenverpakkingen, IBC’s of grote verpakkingen;
— 
de brutomassa van de verpakkingen, IBC’s of grote verpakkingen, zoals klaargemaakt voor vervoer, niet hoger ligt dan de toegestane bruto massa die is vermeld op de VN-ontwerptypemarkering voor verpakkingsgroep I of II voor de verpakkingen, IBC’s of grote verpakkingen, en
— 
de volgende zin wordt opgenomen in het vervoersdocument: „verpakt overeenkomstig deel 16 van ADR‐S”.

Referentie van de nationale wetgeving: aanhangsel S — Specifieke voorschriften voor het binnenlandse vervoer van gevaarlijke goederen over de weg, vastgesteld overeenkomstig de wet Vervoer van gevaarlijke goederen

Toelichting: De punten 6.1.5.2.1, 6.1.5.8.2, 6.5.6.1.2, 6.5.6.14.2, 6.6.5.2.1 en 6.6.5.4.3 van bijlage I, deel I.1, bij deze richtlijn zijn moeilijk toepasbaar omdat de verpakkingen, IBC’s en grote verpakkingen worden getest met een representatieve steekproef van de afvalstoffen, die op voorhand moeilijk te voorspellen is.

Vervaldatum: 30 juni 2021

RO–bi–SE–2

Betreft: vermelding van de naam en het adres van de afzender op het vervoersdocument

Verwijzing naar bijlage I, deel I.1, bij Richtlijn 2008/68/EG: 5.4.1.1

Inhoud van de bijlage bij de richtlijn: algemene informatie die in het vervoersdocument moet worden vermeld

Inhoud van de nationale wetgeving: In de nationale wetgeving is bepaald dat lege, ongereinigde verpakkingen als onderdeel van een distributiesysteem mogen worden geretourneerd zonder vermelding van de naam en het adres van de afzender.

Referentie van de nationale wetgeving: Särskilda bestämmelser om vissa inrikes transporter av farligt gods på väg och i terräng

Toelichting: Lege, ongereinigde verpakkingen die worden geretourneerd, bevatten in de meeste gevallen nog kleine hoeveelheden gevaarlijke goederen.

Deze afwijking wordt vooral gebruikt door bedrijven wanneer lege, ongereinigde gashouders in ruil voor volle worden geretourneerd.

Vervaldatum: 30 juni 2021

RO–bi–SE–3

Betreft: vervoer van gevaarlijke goederen in de directe omgeving van industrieterreinen, met inbegrip van vervoer over de openbare weg tussen verschillende delen van de terreinen

Verwijzing naar bijlage I, deel I.1, bij Richtlijn 2008/68/EG: bijlagen A en B

Inhoud van de bijlage bij de richtlijn: voorschriften voor het vervoer van gevaarlijke goederen over de openbare weg

Inhoud van de nationale wetgeving: vervoer in de directe omgeving van industrieterreinen, met inbegrip van vervoer over de openbare weg tussen verschillende delen van de terreinen. De afwijking heeft betrekking op de etikettering en kenmerking van verpakkingen, vervoersdocumenten, het diploma van de chauffeur en het keuringscertificaat overeenkomstig deel 9.

Referentie van de nationale wetgeving: Särskilda bestämmelser om vissa inrikes transporter av farligt gods på väg och i terräng

Toelichting: Er zijn verschillende situaties waarin gevaarlijke goederen worden vervoerd tussen locaties die aan weerszijden van een openbare weg liggen. Deze vorm van vervoer geldt niet als vervoer van gevaarlijke goederen op een particuliere weg en moet derhalve worden onderworpen aan relevante eisen. Zie ter vergelijking ook artikel 6, lid 14, van Richtlijn 96/49/EG.

Vervaldatum: 30 juni 2021

RO–bi–SE–4

Betreft: vervoer van gevaarlijke goederen die door de overheid in beslag zijn genomen

Verwijzing naar bijlage I, deel I.1, bij Richtlijn 2008/68/EG: bijlagen A en B

Inhoud van de bijlage bij de richtlijn: voorschriften voor het vervoer van gevaarlijke goederen over de openbare weg

Inhoud van de nationale wetgeving: Afwijkingen van de voorschriften kunnen met het oog op bijvoorbeeld de bescherming van werknemers, risico’s bij het lossen of de indiening van bewijsmateriaal, worden toegestaan.

Afwijkingen van de voorschriften worden alleen toegestaan als het veiligheidsniveau bij normale vervoersomstandigheden afdoende is.

Referentie van de nationale wetgeving: Särskilda bestämmelser om vissa inrikes transporter av farligt gods på väg och i terräng

Toelichting: Deze afwijkingen kunnen alleen worden toegepast door overheidsinstanties die gevaarlijke goederen in beslag nemen.

Ze is bedoeld voor plaatselijk vervoer van bijvoorbeeld goederen die door de politie in beslag zijn genomen zoals explosieven of gestolen goederen. Het probleem bij dergelijke goederen is dat de classificatie nooit vaststaat. Bovendien zijn deze goederen vaak niet volgens de ADR verpakt, gekenmerkt of geëtiketteerd. Jaarlijks vinden er enkele honderden van dergelijke transporten door de politie plaats. Gesmokkelde drank moet worden vervoerd van de plaats waar hij in beslag is genomen naar een plaats waar bewijsmateriaal wordt bewaard en vervolgens naar een installatie waar de drank wordt vernietigd, waarbij de afstand tussen deze laatste twee locaties erg groot kan zijn. De toegestane afwijkingen zijn: a) het is niet nodig elke verpakking te etiketteren, en b) het is niet nodig goedgekeurde verpakkingen te gebruiken. Elke pallet met dergelijke verpakkingen moet echter op correcte wijze worden geëtiketteerd. Aan alle andere voorschriften moet worden voldaan. Jaarlijks vinden er een twintigtal van dergelijke transporten plaats.

Vervaldatum: 30 juni 2021

RO–bi–SE–5

Betreft: vervoer van gevaarlijke goederen in en in de directe omgeving van havens

Verwijzing naar bijlage I, deel I.1, bij Richtlijn 2008/68/EG: 8.1.2, 8.1.5 en 9.1.2

Inhoud van de bijlage bij de richtlijn: documenten die in de vervoerseenheid moeten worden meegenomen; elke vervoerseenheid met gevaarlijke goederen moet met de gespecificeerde apparatuur worden uitgerust; goedkeuring van voertuigen

Inhoud van de nationale wetgeving: Documenten (behalve het diploma van de chauffeur) hoeven zich niet aan boord van de vervoerseenheid te bevinden.

Een vervoerseenheid moet niet met de in punt 8.1.5 gespecificeerde apparatuur worden uitgerust.

Voor trekkers is er geen goedkeuringsbewijs nodig.

Referentie van de nationale wetgeving: Särskilda bestämmelser om vissa inrikes transporter av farligt gods på väg och i terräng

Toelichting: Zie ter vergelijking ook artikel 6, lid 14, van Richtlijn 96/49/EG.

Vervaldatum: 30 juni 2021

RO–bi–SE–6

Betreft: ADR-diploma voor inspecteurs

Verwijzing naar bijlage I, deel I.1, bij Richtlijn 2008/68/EG: 8.2.1

Inhoud van de bijlage bij de richtlijn: Chauffeurs van ADR-voertuigen moeten een opleiding volgen.

Inhoud van de nationale wetgeving: De inspecteurs die de jaarlijkse technische keuring van het voertuig uitvoeren, zijn niet verplicht de in hoofdstuk 8.2 vermelde opleiding te volgen en moeten geen ADR-diploma hebben.

Referentie van de nationale wetgeving: Särskilda bestämmelser om vissa inrikes transporter av farligt gods på väg och i terräng

Toelichting: In sommige gevallen kunnen de voertuigen bij de technische keuring gevaarlijke goederen als lading vervoeren, bijvoorbeeld lege, ongereinigde tanks.

De in de punten 1.3 en 8.2.3 vermelde eisen blijven van toepassing.

Vervaldatum: 30 juni 2021

RO–bi–SE–7

Betreft: lokale distributie van UN 1202, UN 1203 en UN 1223 in tankwagens

Verwijzing naar bijlage I, deel I.1, bij Richtlijn 2008/68/EG: 5.4.1.1.6 en 5.4.1.4.1

Inhoud van de bijlage bij de richtlijn: Voor lege, ongereinigde tankwagens en tankcontainers moet de beschrijving voldoen aan punt 5.4.1.1.6. De naam en het adres van de verschillende bestemmelingen kunnen in andere documenten worden vermeld.

Inhoud van de nationale wetgeving: Voor lege, ongereinigde tankwagens en tankcontainers is de beschrijving in het vervoersdocument overeenkomstig punt 5.4.1.1.6 niet vereist wanneer bij de hoeveelheid van de stof in het beladingsplan „0” wordt ingevuld. De naam en het adres van de ontvanger moeten niet in het document aan boord van het voertuig worden vermeld.

Referentie van de nationale wetgeving: Särskilda bestämmelser om vissa inrikes transporter av farligt gods på väg och i terräng

Vervaldatum: 30 juni 2021

RO–bi–SE–9

Betreft: plaatselijk vervoer voor landbouwterreinen of bouwlocaties

Verwijzing naar bijlage I, deel I.1, bij Richtlijn 2008/68/EG: 5.4, 6.8 en 9.1.2

Inhoud van de bijlage bij de richtlijn: vervoersdocument, constructie van tanks, goedkeuringscertificaat

Inhoud van de nationale wetgeving: Bij plaatselijke vervoer voor landbouw- of bouwterreinen zijn een aantal voorschriften niet van toepassing:

a) 

er is geen declaratie van gevaarlijke goederen nodig;

b) 

oudere tanks/containers die niet overeenkomstig punt 6.8 maar overeenkomstig oudere nationale wetgeving zijn gebouwd en die op een bouwkeet zijn aangebracht, mogen nog worden gebruikt;

c) 

oudere tankwagens die niet voldoen aan de voorschriften van punt 6.7 of 6.8 en bedoeld zijn voor het vervoer van stoffen van UN 1268, UN 1999, UN 3256 en UN 3257, met of zonder apparatuur voor het bekleden van het wegoppervlak, mogen nog voor plaatselijk vervoer en in de directe omgeving van wegwerkzaamheden worden gebruikt;

d) 

goedkeuringscertificaten voor bouwketen en tankwagens met of zonder apparatuur voor het bekleden van het wegoppervlak zijn niet vereist.

Referentie van de nationale wetgeving: Särskilda bestämmelser om vissa inrikes transporter av farligt gods på väg och i terräng

Toelichting: Een bouwkeet is een soort caravan voor een werkploeg met een ruimte voor de werkploeg en een niet-goedgekeurde tank/container met dieselbrandstof voor bosbouwtrekkers.

Vervaldatum: 30 juni 2021

RO–bi–SE–10

Betreft: vervoer van explosieven in tanks

Verwijzing naar bijlage I, deel I.1, bij Richtlijn 2008/68/EG: 4.1.4

Inhoud van de bijlage bij de richtlijn: Explosieven mogen alleen overeenkomstig de voorschriften van punt 4.1.4 worden verpakt.

Inhoud van de nationale wetgeving: De nationale bevoegde instantie zal voertuigen goedkeuren die bestemd zijn voor het vervoer van explosieven in tanks. Vervoer in tanks is uitsluitend toegestaan voor de in de regelgeving vermelde explosieven of met speciale toestemming van de bevoegde autoriteit.

Een voertuig dat met explosieven in tanks is geladen, moet overeenkomstig punten 5.3.2.1.1, 5.3.1.1.2 en 5.3.1.4 worden gekenmerkt en geëtiketteerd. Slechts één voertuig in de vervoerseenheid mag gevaarlijke goederen bevatten.

Referentie van de nationale wetgeving: aanhangsel S — Specifieke voorschriften voor binnenlandse vervoer van gevaarlijke goederen over de weg, vastgesteld overeenkomstig de wet Vervoer van gevaarlijke goederen en de Zweedse verordening SÄIFS 1993:4

Toelichting: Dit geldt alleen voor binnenlands vervoer en wanneer het vervoer meestal plaatselijk is. Deze regeling was reeds van kracht vóór de toetreding van Zweden tot de EU.

Slechts twee bedrijven verzorgen vervoer van explosieven in tanks. In de nabije toekomst wordt een overgang naar emulsies verwacht.

Voorheen afwijking nr. 84

Vervaldatum: 30 juni 2021

RO–bi–SE–11

Betreft: rijbewijs

Verwijzing naar bijlage I, deel I.1, bij Richtlijn 2008/68/EG: 8.2

Inhoud van de bijlage bij de richtlijn: voorschriften inzake de opleiding van de voertuigbemanning

Inhoud van de nationale wetgeving: Opleiding van bestuurders is niet toegestaan met de in punt 8.2.1.1 genoemde voertuigen.

Referentie van de nationale wetgeving: aanhangsel S — Specifieke voorschriften voor het binnenlandse vervoer van gevaarlijke goederen over de weg, vastgesteld overeenkomstig de wet Vervoer van gevaarlijke goederen

Toelichting: plaatselijk vervoer

Vervaldatum: 30 juni 2021

RO–bi–SE–12

Betreft: vervoer van UN 0335-vuurwerk.

Verwijzing naar bijlage I, deel I.1, bij Richtlijn 2008/68/EG: bijlage B, afdeling 7.2.4, V2 (1)

Inhoud van de bijlage bij de richtlijn: voorschriften voor het gebruik van voertuigen van de types EX/II en EX/III.

Inhoud van de nationale wetgeving: De bijzondere bepaling V2 (1) in punt 7.2.4 is alleen van toepassing op het vervoer van UN 0335-vuurwerk wanneer een netto explosieve lading van meer dan 3 000 kg (4 000 kg met een aanhangwagen) wordt vervoerd, mits het vuurwerk is geclassificeerd onder UN 0335 overeenkomstig de tabel voor de classificatie van vuurwerk in punt 2.1.3.5.5 van de 14e herziene editie van de VN-aanbevelingen voor het vervoer van gevaarlijke goederen.

Deze classificatie moet worden goedgekeurd door de bevoegde autoriteiten. Er moet een classificatiebewijs op de vervoerseenheid aanwezig zijn.

Referentie van de nationale wetgeving: aanhangsel S — Specifieke voorschriften voor het binnenlandse vervoer van gevaarlijke goederen over de weg, vastgesteld overeenkomstig de wet Vervoer van gevaarlijke goederen

Toelichting: Het vervoer van vuurwerk is beperkt tot twee korte perioden per jaar: de jaarwisseling en de periode rond eind april, begin mei. Het vervoer tussen verzender en opslagplaatsen kan zonder grote problemen worden uitgevoerd door het huidige EX-wagenpark. Zowel de distributie van de opslagplaatsen naar de winkelcentra als het terugbrengen van de overschotten naar de opslagplaatsen verloopt echter moeizaam door een tekort aan EX-goedgekeurde voertuigen. Vervoerders hebben geen belangstelling voor dergelijke goedkeuringen aangezien ze hun kosten niet kunnen terugverdienen. De verzenders van vuurwerk worden in hun voortbestaan bedreigd omdat hun producten niet tot op de markt geraken.

Vuurwerk waarvoor een beroep wordt gedaan op deze afwijking, moet geclassificeerd zijn op basis van de standaardlijst van de VN-aanbevelingen, teneinde te waarborgen dat de classificatie up-to-date is.

Bijzondere bepaling 651, punt 3.3.1 van de ADR 2005 bevat een gelijksoortige uitzondering voor UN 0336-vuurwerk.

Vervaldatum: 30 juni 2021

RO–bi–SE–13

Betreft: invoering van RO–bi–DK–4

Rechtsgrondslag: Richtlijn 2008/68/EG, artikel 6, lid 2, onder b), i), plaatselijk vervoer over korte afstand

Verwijzing naar bijlage I, deel I.1, bij Richtlijn 2008/68/EG: delen 1 t.e.m. 9

Inhoud van de bijlage bij de richtlijn:

Referentie van de nationale wetgeving: Särskilda bestämmelser om visa inrikes transporter av farligt gods på väg och i terräng

Toelichting:

Vervaldatum: 30 juni 2022.




BIJLAGE II

VERVOER PER SPOOR

II.1.    RID

Bijlage bij het RID, dat is opgenomen in aanhangsel C bij het COTIF, als van toepassing met ingang van 1 januari 2019, met dien verstande dat de woorden „overeenkomstsluitende staat bij het RID” worden vervangen door het woord „lidstaat”.

II.2.    Aanvullende overgangsbepalingen

1. Op grond van artikel 4 van Richtlijn 96/49/EG kunnen de lidstaten toegestane afwijkingen in stand laten tot 31 december 2010 tenzij bijlage II, deel II.1, vóór die datum wordt aangepast aan de in dat artikel vermelde VN-aanbevelingen voor het vervoer van gevaarlijke goederen.

2. Op zijn grondgebied kan iedere lidstaat het gebruik toestaan van vóór 1 juli 2005 gebouwde wagens en tankwagens met een spoorbreedte van 1 520 /1 524 mm die niet aan de bepalingen van de richtlijn voldoen, maar waarvan de constructie in overeenstemming is met bijlage II bij de SMGS of met de op 30 juni 2005 geldende nationale regelgeving van de desbetreffende lidstaat, mits deze wagens overeenkomstig de toepasselijke veiligheidsvoorschriften worden onderhouden.

3. Iedere lidstaat kan op zijn grondgebied het gebruik toestaan van vóór 1 januari 1997 gebouwde tanks en wagens die niet aan de bepalingen van de richtlijn voldoen, maar waarvan de constructie in overeenstemming is met de voorschriften van de op 31 december 1996 geldende nationale wetgeving, mits de tanks en wagens worden onderhouden overeenkomstig de toepasselijke veiligheidsvoorschriften.

Op 1 januari 1997 of na deze datum gebouwde tanks en wagens die niet voldoen aan deze richtlijn maar die zijn gebouwd overeenkomstig de bepalingen van Richtlijn 96/49/EG, die van kracht was op het moment waarop ze zijn gebouwd, mogen verder worden gebruikt voor binnenlands vervoer.

4. Zolang in bijlage II, deel II.1, bij deze richtlijn nog geen bepalingen betreffende passende referentietemperaturen voor bepaalde klimaatzones zijn opgenomen, mogen de lidstaten waar de omgevingstemperatuur regelmatig lager is dan – 20 °C, strengere normen opleggen ten aanzien van de bedrijfstemperatuur van het materieel dat bestemd is voor kunststof verpakking, tanks en hun uitrusting, bestemd voor binnenlands spoorvervoer van gevaarlijke goederen.

5. Iedere lidstaat mag andere nationale bepalingen ten aanzien van de referentietemperatuur voor het vervoer van vloeibaar gemaakte gassen of mengsels van vloeibaar gemaakte gassen op zijn grondgebied handhaven dan die welke in deze richtlijn zijn opgenomen totdat er bepalingen betreffende passende referentietemperaturen voor welbepaalde klimaatzones zijn opgenomen in Europese normen en in bijlage II, deel II.1, bij deze richtlijn naar die normen wordt verwezen.

6. Iedere lidstaat kan voor vervoer met op zijn grondgebied geregistreerde wagens de tot en met 31 december 1996 in zijn nationale wetgeving geldende bepalingen in stand laten met betrekking tot het aanbrengen van een noodmaatregelcode of waarschuwingsbord in plaats van het in bijlage II, deel II.1, bij deze richtlijn bedoelde gevaarsidentificatienummer.

7. Voor vervoer via de Kanaaltunnel kunnen Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk strengere normen dan de voorschriften van deze richtlijn instellen.

8. De lidstaten kunnen voor hun grondgebied bepalingen in stand laten of invoeren voor het vervoer van gevaarlijke goederen per spoor van en naar landen die partij zijn bij de OSJD. Door passende maatregelen en verplichtingen verzekert de betrokken lidstaat dat een met bijlage II, deel II.1, vergelijkbaar veiligheidsniveau wordt gehandhaafd.

De Commissie wordt van dergelijke voorschriften in kennis gesteld en stelt de andere lidstaten hiervan op de hoogte.

Binnen tien jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn evalueert de Commissie de gevolgen van de in dit punt bedoelde voorschriften. De Commissie dient zo nodig passende voorstellen en een verslag in.

9. De lidstaten mogen de op 31 december 1996 geldende nationale beperkingen betreffende het vervoer van stoffen die dioxines of furanen bevatten, handhaven.

II.3.    Nationale afwijkingen

Op grond van artikel 6, lid 2, van Richtlijn 2008/68/EG aan lidstaten toegestane afwijkingen voor het vervoer van gevaarlijke goederen op hun grondgebied.

Nummering van de afwijkingen: RA–a/bi/bii–LS–nn

RA

=

spoor

a/bi/bii

=

artikel 6, lid 2, onder a)/onder b), i)/onder b), ii)

LS

=

afkorting van de lidstaat

nn

=

volgnummer

Op grond van artikel 6, lid 2, onder a), van Richtlijn 2008/68/EG

DE Duitsland

RA–a–DE–2

Betreft: toestemming voor gezamenlijke verpakking

Verwijzing naar bijlage II, deel II.1, bij Richtlijn 2008/68/EG: 4.1.10.4 MP2

Inhoud van de bijlage bij de richtlijn: verbod op gezamenlijke verpakking

Inhoud van de nationale wetgeving: klassen 1.4S, 2, 3 en 6.1: toestemming voor gezamenlijke verpakking van voorwerpen in klasse 1.4S (patronen voor kleine wapens), spuitbussen (klasse 2) en materialen voor reiniging en behandeling in de klassen 3 en 6.1 (vermelde UN-nummers) die als één geheel worden verkocht in gecombineerde verpakkingen in verpakkingsgroep II en in kleine hoeveelheden

Referentie van de nationale wetgeving: Gefahrgut-Ausnahmeverordnung — GGAV 2002 vom 6.11.2002 (BGBl. I S. 4350); Ausnahme 21

Toelichting: lijst nr. 30*, 30a, 30b, 30c, 30d, 30e, 30f, 30 g

Vervaldatum: 30 juni 2021

FR Frankrijk

RA–a–FR–3

Betreft: vervoer ten behoeve van de spoorwegmaatschappij

Verwijzing naar bijlage II, deel II.1, bij Richtlijn 2008/68/EG: 5.4.1

Inhoud van de bijlage bij de richtlijn: informatie over gevaarlijke materialen die op de vrachtbrief moet worden vermeld

Inhoud van de nationale wetgeving: Voor vervoer ten behoeve van de spoorwegmaatschappij van hoeveelheden die niet groter zijn dan de in punt 1.1.3.6 vermelde grenswaarden, gelden niet de verplichtingen inzake de aangifte van de lading.

Referentie van de nationale wetgeving: Arrêté du 5 juin 2001 relatif au transport des marchandises dangereuses par chemin de fer — Article 20.2

Vervaldatum: 30 juni 2021

RA–a–FR–4

Betreft: vrijstelling van de opschriften op bepaalde postwagens

Verwijzing naar bijlage II, deel II.1, bij Richtlijn 2008/68/EG: 5.3.1

Inhoud van de bijlage bij de richtlijn: verplichting om een opschrift op de wand van de wagen aan te brengen

Inhoud van de nationale wetgeving: Alleen op postwagens met meer dan 3 ton materiaal van dezelfde klasse (met uitzondering van 1, 6.2 of 7) moet een opschrift worden aangebracht.

Referentie van de nationale wetgeving: Arrêté du 5 juin 2001 relatif au transport des marchandises dangereuses par chemin de fer — Article 21.1

Vervaldatum: 30 juni 2021

SE Zweden

RA–a–SE–1

Betreft: Op een treinwagon waarmee gevaarlijke goederen als expresgoederen worden vervoerd, moet geen opschrift worden aangebracht.

Verwijzing naar bijlage II, deel II.1, bij Richtlijn 2008/68/EG: 5.3.1

Inhoud van de bijlage bij de richtlijn: Op een treinwagon waarmee gevaarlijke goederen worden vervoerd, moet een opschrift worden aangebracht.

Inhoud van de nationale wetgeving: Op een treinwagon waarmee gevaarlijke goederen als expresgoederen worden vervoerd, moet geen opschrift worden aangebracht.

Referentie van de nationale wetgeving: Särskilda bestämmelser om vissa inrikes transporter av farligt gods på väg och i terräng

Toelichting: Het RID bevat kwantitatieve beperkingen voor goederen die als expresgoederen worden aangeduid. Het gaat hier derhalve om kleine hoeveelheden.

Vervaldatum: 30 juni 2021

Op grond van artikel 6, lid 2, onder b), i), van Richtlijn 2008/68/EG

DK Denemarken

RA–bi–DK–1

Betreft: vervoer van gevaarlijke goederen in tunnels

Verwijzing naar bijlage II, deel II.1, bij Richtlijn 2008/68/EG: 7.5

Inhoud van de bijlage bij de richtlijn: laden, lossen en beveiligingsafstanden

Inhoud van de nationale wetgeving: De wetgeving voorziet voor vervoer door de spoorwegtunnel van de vaste verbinding over de Grote Belt en Øresund in alternatieven voor de bepalingen in bijlage II, deel II.1, bij Richtlijn 2008/68/EG. Die alternatieve bepalingen hebben alleen betrekking op het ladingsvolume en de afstand tussen ladingen gevaarlijke goederen.

Referentie van de nationale wetgeving: Bestemmelser om transport af Eksplosiver i jernbanetunnellerne på Storebælt og Øresund, 11. maj 2017

Toelichting:

Vervaldatum: 30 juni 2022

RA–bi–DK–2

Betreft: vervoer van gevaarlijke goederen in tunnels

Verwijzing naar bijlage II, deel II.1, bij Richtlijn 2008/68/EG: 7.5

Inhoud van de bijlage bij de richtlijn: laden, lossen en beveiligingsafstanden

Inhoud van de nationale wetgeving: De wetgeving bevat andere bepalingen dan in bijlage II, deel II.1, bij Richtlijn 2008/68/EG zijn opgenomen, voor het vervoer door de spoorwegtunnel van de vaste Øresundverbinding. Die alternatieve bepalingen hebben alleen betrekking op het ladingsvolume en de afstand tussen ladingen gevaarlijke goederen.

Referentie van de nationale wetgeving: Bestemmelser om transport af Eksplosiver i jernbanetunnellerne på Storebælt og Øresund, 11. maj 2017

Toelichting:

Vervaldatum: 28 februari 2022

DE Duitsland

RA–bi–DE–2

Betreft: vervoer van verpakt gevaarlijk afval

Verwijzing naar bijlage II, deel II.1, bij Richtlijn 2008/68/EG: delen 1 t.e.m. 5

Inhoud van de bijlage bij de richtlijn: classificatie, verpakking en kenmerking

Inhoud van de nationale wetgeving: klassen 2 tot en met 6.1, 8 en 9: gezamenlijke verpakking en vervoer van gevaarlijk afval in pakketten en IBC’s; afval moet in een binnenverpakking (zoals ingezameld) worden verpakt en in specifieke afvalgroepen worden geclassificeerd (om gevaarlijke reacties binnen een afvalgroep te vermijden); gebruik van bijzondere schriftelijke instructies voor de afvalgroepen en als vrachtbrief; inzameling van huishoudelijk afval, laboratoriumafval enz.

Referentie van de nationale wetgeving: Gefahrgut-Ausnahmeverordnung — GGAV 2002 vom 6.11.2002 (BGBl. I S. 4350); Ausnahme 20

Toelichting: lijst nr. 6*

Vervaldatum: 30 juni 2021

RA–bi–DE–3

Betreft: plaatselijk vervoer van UN 1381 (fosfor, geel, onder water), klasse 4.2, verpakkingsgroep I, in tankwagons

Verwijzing naar bijlage II, deel II.1, bij Richtlijn 2008/68/EG: 6.8 en 6.8.2.3

Inhoud van de bijlage bij de richtlijn: voorschriften voor de vervaardiging van tanks en tankwagons. Volgens hoofdstuk 6.8, punt 6.8.2.3, moet een typegoedkeuring worden afgegeven voor tanks voor het vervoer van UN 1381 (fosfor, geel, onder water).

Inhoud van de nationale wetgeving: plaatselijk vervoer van UN 1381 (fosfor, geel, onder water), klasse 4.2, verpakkingsgroep I, over korte afstanden (van Sassnitz-Mukran naar Lutherstadt Wittenberg-Piesteritz en Bitterfeld), in tankwagons die volgens Russische normen zijn vervaardigd. Voor het vervoer van de goederen gelden aanvullende operationele voorschriften, die door de bevoegde veiligheidsautoriteiten zijn vastgesteld.

Referentie van de nationale wetgeving: Ausnahme Eisenbahn-Bundesamt Nr. E 1/92

Vervaldatum: 30 januari 2025

SE Zweden

RA–bi–SE–1

Betreft: vervoer van gevaarlijk afval naar installaties voor de verwijdering van dergelijk afval

Verwijzing naar bijlage II, deel II.1, bij Richtlijn 2008/68/EG: delen 5 en 6

Inhoud van de bijlage bij de richtlijn: voorschriften voor de vervaardiging en de beproeving van verpakkingen

Inhoud van de nationale wetgeving: Vervoer van verpakkingen die gevaarlijke goederen bevatten als afval, moet conform de bepalingen van de richtlijn worden uitgevoerd. Hierop zijn slechts een paar uitzonderingen toegestaan. Niet voor alle soorten stoffen en voorwerpen zijn uitzonderingen toegestaan.

De voornaamste uitzonderingen zijn:

Kleine verpakkingen (minder dan 30 kg) van gevaarlijke goederen als afval mogen worden verpakt in verpakkingen, waaronder IBC’s en grote verpakkingen, en moeten niet voldoen aan de punten 6.1.5.2.1, 6.1.5.8.2, 6.5.6.1.2, 6.5.6.14.2, 6.6.5.2.1 en 6.6.5.4.3 van bijlage II, deel II.1, bij deze richtlijn. Verpakkingen, met inbegrip van IBC’s en grote verpakkingen, moeten niet worden getest zoals zij zijn klaargemaakt voor vervoer, namelijk met een representatieve steekproef van kleine binnenverpakkingen.

Dit is toegestaan op voorwaarde dat:

— 
verpakkingen, IBC’s en grote verpakkingen in overeenstemming zijn met een type dat is getest en goedgekeurd op basis van verpakkingsgroep I of II van de toepasselijke bepalingen van afdeling 6.1, 6.5 of 6.6 van bijlage II, deel II.1, bij deze richtlijn;
— 
de kleine verpakkingen worden verpakt met absorberend materiaal dat vrije vloeistoffen die tijdens het vervoer kunnen ontsnappen, vasthoudt in de buitenverpakkingen, IBC’s of grote verpakkingen;
— 
de brutomassa van de verpakkingen, IBC’s of grote verpakkingen, zoals klaargemaakt voor vervoer, niet hoger ligt dan de toegestane brutomassa die is vermeld op de VN-ontwerptypemarkering voor verpakkingsgroep I of II voor de verpakkingen, IBC’s of grote verpakkingen, en
— 
de volgende zin wordt opgenomen in het vervoersdocument: „Verpakt overeenkomstig deel 16 van RID‐S”.

Referentie van de nationale wetgeving: aanhangsel S — Specifieke regeling voor binnenlands vervoer van gevaarlijke goederen per spoor, vastgesteld overeenkomstig de wet Vervoer van gevaarlijke goederen

Toelichting: De punten 6.1.5.2.1, 6.1.5.8.2, 6.5.6.1.2, 6.5.6.14.2, 6.6.5.2.1 en 6.6.5.4.3 van bijlage II, deel II.1, bij deze richtlijn zijn moeilijk toepasbaar omdat de verpakkingen, IBC’s en grote verpakkingen worden getest met een representatieve steekproef van de afvalstoffen, die op voorhand moeilijk te voorspellen is.

Vervaldatum: 30 juni 2021

Op grond van artikel 6, lid 2, onder b), ii), van Richtlijn 2008/68/EG

DE Duitsland

RA–bii–DE–1

Betreft: plaatselijk vervoer van gestabiliseerd vloeibaar UN 1051 (cyaanwaterstof) met hoogstens 1 % water, in spoorwegtankwagons, afwijkend van bijlage II, deel II.1, onderafdeling 1, bij Richtlijn 2008/68/EG

Verwijzing naar bijlage II, deel II.1, bij Richtlijn 2008/68/EG: 3.2 en 4.3.2.1.1

Inhoud van de bijlage bij de richtlijn: verbod op het vervoer van gestabiliseerd vloeibaar UN 1051 (cyaanwaterstof) met hoogstens 1 % water in tankwagons (RID-tanks).

Inhoud van de nationale wetgeving: plaatselijk vervoer per spoor op speciaal aangewezen routes in het kader van een welbepaald industrieel proces en strikt gecontroleerd onder duidelijk gespecificeerde voorwaarden. Het vervoer vindt plaats in tankwagons waarvoor een specifieke vergunning met het oog op deze toepassing is afgegeven en waarvan de constructie en de uitrusting permanent worden aangepast aan de jongste veiligheidsvoorschriften. Het vervoersproces is in overleg met de bevoegde veiligheids- en noodhulpautoriteiten nauwkeurig geregeld in aanvullende operationele veiligheidsvoorschriften en wordt gemonitord door de relevante toezichthoudende autoriteiten.

Referentie van de nationale wetgeving: Ausnahmezulassung Eisenbahn-Bundesamt, Nr. E 1/97

Vervaldatum: 1 januari 2023

RA–bii–DE–2

Betreft: plaatselijk vervoer op aangewezen routes van UN 1402 (calciumcarbide), verpakkingsgroep I, in containers op wagons

Verwijzing naar bijlage II, deel II.1, bij Richtlijn 2008/68/EG: 3.2 en 7.3.1.1

Inhoud van de bijlage bij de richtlijn: algemene bepalingen voor bulkvervoer. Volgens punt 3.2, tabel A, is vervoer van calciumcarbide in bulk niet toegestaan.

Inhoud van de nationale wetgeving: plaatselijk vervoer per spoor van UN 1402 (calciumcarbide), verpakkingsgroep I, op specifiek aangewezen routes, als onderdeel van een gedefinieerd industrieel proces en strikt gecontroleerd onder duidelijk gespecificeerde voorwaarden. De ladingen worden in wagons vervoerd in specifiek daarvoor gebouwde containers. Voor het vervoer van de goederen gelden aanvullende operationele voorschriften die door de bevoegde veiligheidsautoriteiten zijn vastgesteld.

Referentie van de nationale wetgeving: Ausnahme Eisenbahn-Bundesamt Nr. E 3/10

Vervaldatum: 15 januari 2024.




BIJLAGE III

VERVOER OVER DE BINNENWATEREN

III.1.    ADN

De bijlagen bij de ADN, als van toepassing vanaf 1 januari 2019, alsmede artikel 3, onder f) en h), en artikel 8, leden 1 en 3, van de ADN, met dien verstande dat de woorden „overeenkomstsluitende partij” worden vervangen door het woord „lidstaat”.

III.2.    Aanvullende overgangsbepalingen

1. De lidstaten mogen de op 30 juni 2009 geldende beperkingen betreffende het vervoer van stoffen die dioxines of furanen bevatten, handhaven.

2. Certificaten op grond van hoofdstuk 8.1 van bijlage III, deel III.1, die vóór of tijdens de overgangsperiode overeenkomstig artikel 7, lid 2, zijn afgegeven, zijn geldig tot en met 30 juni 2016, voor zover op het betrokken certificaat geen kortere geldigheidsperiode is vermeld.

III.3.    Nationale afwijkingen



( 1 ) PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.