Wegvervoer

De Vereniging voor Veiligheidsadviseurs Vervoer Gevaarlijke Stoffen (VVA) heeft op 15 mei een brief ontvangen van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). Deze brief informeert over het transport van gevaarlijke stoffen in gelimiteerde hoeveelheden (LQ). Daarvoor geldt nu een overgangstermijn, maar deze loopt af op 30 juni 2015. Daarna moet al het vervoer van LQ voldoen aan ADR hoofdstuk 3.4.

Rijkswaterstaat heeft een pamflet gepubliceerd met informatie over wegwerkzaamheden op de A15 (Maasvlakte richting Rotterdam) waardoor de gevaarlijke-stoffenroute Oost tijdelijk afgesloten is. Het gaat om de periode van 6 tot 8 mei en 10 en 11 mei a.s. Gele borden ter plaatse geven de omleidingsroutes aan.

De raadsfractie van de lokale partij LVR in Roermond heeft aan het College van B&W gevraagd waarom de tunnels van de A73 zo vaak dicht gaan. De geplande onderhoudssluitingen beginnen veelal op vrijdagavond om 20.00 uur en duren tot 06.00 uur op zaterdagmorgen. Alle tunnelsluitingen brengen veel overlast met zich mee voor het doorstromend en het plaatselijk verkeer en stellen de verkeersveiligheid onder druk, aldus de LVR. Van de zeshonderd afsluitingen vorig jaar zou slechts tien procent voor onderhoud zijn afgesloten, volgens een vastgestelde planning.

Magazine editie

De routering van het wegvervoer van gevaarlijke lading is in de praktijk vaak niet duidelijk voor logistieke dienstverleners. Daarom hebben TNO en EVO laten onderzoeken hoe het beter kan. Een van de aanbevelingen is een landelijk overzicht van alle routeringen in Nederland.

Hulpdiensten zijn in de nacht van maandag 20 op dinsdag 21 april 2015 met spoed uitgerukt naar het Nieuwland Parc in Alblasserdam voor een melding van een mogelijk ongeval met gevaarlijke stoffen. De melder had namelijk stoom/rook vrij zien komen bij tankwagens. Behalve de tankautospuit van de brandweer, kwamen ook de adviseur gevaarlijke stoffen, de OmgevingsdienstZHZ, de chef van dienst van de politie, de beveiliging, de noodhulp en de officier van dienst van de brandweer ter plaatse.

In de Staatscourant (2015, 6610) is de regeling gepubliceerd tot wijziging van de Uitvoeringsvoorschriften BABW (Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer). Het gaat om de toepassing van het verkeersbord C22, uit bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990. Dit bord betekent 'gesloten voor voertuigen met bepaalde gevaarlijke stoffen'. Tot nu toe was het gebruik van dit bord beperkt tot bepaalde tunnels, maar door de regeling kan het bord ook worden gebruikt op andere wegen.

Minister Schultz van Haegen van Infrastructuur en Milieu heeft Kamervragen beantwoord van het CDA over het sluiten van de tunnels op de A73. Zij stelt onder andere dat het aantal (bijna-)ongevallen met vervoer van gevaarlijke stoffen per spoor en over de weg niet met elkaar vergeleken kunnen worden. Dit omdat de kengetallen niet vergelijkbaar zijn.

In de Staatscourant (2015, 4392) is de Richtlijn voor Strafvordering Wet vervoer gevaarlijke stoffen ten aanzien van vervoer over de weg gepubliceerd. Deze richtlijn bevat de te hanteren tarieven voor de meest voorkomende overtredingen volgens de Wet vervoer gevaarlijke stoffen ten aanzien van vervoer over de weg.

De nieuwe richtlijn treedt op 1 maart a.s. in werking. Verladersorganisatie EVO geeft op haar website een toelichting op de nieuwe richtlijn.

Op basis van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen zijn gemeenten bevoegd wegen aan te wijzen die bij het vervoer van enkele gevaarlijke stoffen verplicht moeten worden gevolgd: de zogenaamde routering. Om zich daaraan te kunnen houden hebben de chauffeurs en logistiek planners informatie over de routering nodig. In opdracht van TNO en de EVO is een afstudeeronderzoek uitgevoerd naar de effectiviteit van deze informatievoorziening vanuit de gemeenten aan de chauffeurs en logistiek planners. Uit dit onderzoek blijkt dat deze informatievoorziening tekortschiet.

In de Tweede Kamer heeft het CDA vragen gesteld aan minister Schultz van Haegen (I&M) over sluiting van tunnels in de A73. De partij vraag onder andere of er cijfers beschikbaar zijn over (bijna-)ongevallen met vervoer van gevaarlijke stoffen per spoor en per trein. En of de minister op basis daarvan een voorkeur voor een bepaalde modaliteit voor vervoer van gevaarlijke stoffen kan uitspreken, om daarmee beleidsmatig verder richting te geven.