Kamervragen verscheping olie beantwoord

Print     PDF
Rubriek

Minister Ploumen van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking heeft Kamervragen beantwoord over de verscheping van giftige olie vanuit Rotterdam naar Afrika. In het rapport van het Center for International Environmental Law (CIEL) wordt gesteld dat er sprake was van illegale export van giftige diesel. Nederland zou gehandeld hebben in strijd met het Verdrag van Bazel. Nederland is inderdaad partij bij het Verdrag van Bazel, en aan dat verdrag is uitvoering gegeven in de Europese Verordening inzake de Overbrenging van Afvalstoffen, Verordening (EG) nr. 1013/2006 (EVOA). Nadere uitwerking van deze Verordening is geregeld in titel 10.7 van de Wet milieubeheer.

Geen afvalstof

Het kabinet deelt de conclusie van het CIEL niet: de export van hoogzwavelige brandstoffen vanuit Nederland is niet in strijd met het Verdrag van Bazel. Het rappport geeft geen wettelijke grond om tot handhaving tegen de oliebedrijven Trafigura en Vitol over te gaan, aldus Ploumen. De betreffende hoogzwavelige brandstoffen worden in Nederland niet als afvalstof aangemerkt. De omstandigheid dat de brandstoffen niet voldoen aan de in de EU-geldende normen voor brandstoffen voor wegverkeer maakt namelijk niet dat er sprake is van afval. Ook binnen Nederland en de EU zijn er nog bepaalde toegestane toepassingen voor hoogzwavelige brandstoffen, zoals voor schepen. Zonder notificatie onder het Verdrag van Bazel bestaat er voor Nederland geen verplichting onder dat verdrag om de export tegen te gaan.