Beroep tegen veiligheidscontour ongegrond verklaard

Print     PDF
Rubriek

Op woensdag 10 mei heeft de Raad van State uitspraak gedaan in de zaak tegen het college van gedeputeerde staten van Zeeland en het college van burgemeester en wethouders van Terneuzen. Deze colleges hebben de veiligheidscontour voor Industriegebied Dow, Mosselbanken en Logistiek Park in Terneuzen vastgesteld. Tegen dit besluit is door een omwonende beroep ingesteld.

Veiligheidscontour

De colleges hebben op grond van artikel 14, eerste lid, van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) een veiligheidscontour vastgesteld rond het Industriegebied Dow, Mosselbanken en Logistiek Park. De bezwaarmaker woont in Terneuzen en exploiteert daar een dierenpension. Zijn perceel ligt buiten het industriegebied, maar binnen de vastgestelde veiligheidscontour. Hij vreest dat de vaststelling van de veiligheidscontour zijn bedrijfsvoering zal belemmeren en de toekomstige verkoop van zijn bedrijf in de weg zal staan.

Volgens de colleges is dat niet het geval. Het dierenpension is ter plaatse legaal gevestigd en alle aanwezige bedrijfsgebouwen zijn legaal opgericht middels een bouwvergunning. De exploitatie van het dierenpension is als zodanig bestemd in het bestemmingsplan "Buitengebied Terneuzen". In de bijlage bij dat bestemmingsplan is alleen een te klein oppervlak aan bedrijfsgebouwen opgenomen ten behoeve van het dierenpension. Volgens de colleges bestaat het voornemen een postzegelbestemmingsplan vast te stellen waarin dit alsnog wordt rechtgezet. De vaststelling van het postzegelbestemmingsplan staat echter los van de vaststelling van de veiligheidscontour, zo stellen de colleges.

Kwetsbaar object

De gevolgen van de vaststelling van de veiligheidscontour staan in artikel 10, tweede lid, van het Bevi. Uit deze bepaling volgt dat de vaststelling van de veiligheidscontour geen gevolgen heeft voor het geldende planologische regime voor het perceel van de appellant of de geldende toestemmingen die zijn verleend voor zijn bedrijfsvoering. Er mag geen bestemmingsplan worden vastgesteld voor gronden binnen de veiligheidscontour waarin de bouw of vestiging van beperkt kwetsbare objecten mogelijk wordt gemaakt, tenzij dat voorheen al mogelijk was. Het dierenpension ligt inderdaad binnen de veiligheidscontour en is een beperkt kwetsbaar object, maar in het geldende bestemmingsplan "Buitengebied Terneuzen" is al een regeling getroffen voor het dierenpension. Daarom is er sprake van 'reeds mogelijke bouw of vestiging'.

De conclusie is dat een toekomstig bestemmingsplan voor het binnen de veiligheidscontour gelegen perceel van de appellant vastgesteld kan worden, waarmee het dierenpension bij recht wordt bestemd. Verder betekent de vaststelling van de veiligheidscontour niet dat de appellant zijn bedrijfsvoering zou moeten staken of dat hij zijn bedrijf niet meer zou kunnen verkopen.

Het beroep wort ongegrond verklaard.

De relevante artikelen uit het Bevi zijn opgenomen in de bijlage bij deze uitspraak.

ECLI:NL:RVS:2017:1224