Activiteitenregeling wordt aangepast en vervangen

Print     PDF
Rubriek

De Activiteitenregeling wordt aangepast met de PGS 31. De aanleiding hiervoor is de aanpassing van de PGS 31. In de Activiteitenregeling wordt nu voor ADR klasse 5.1, 8 VG II en III stoffen, PER en polyesterhars verwezen naar de PGS 30 ‘Vloeibare brandstoffen: bovengrondse tankinstallaties en afleverinstallaties . Voor bepaalde organische oplosmiddelen in ondergrondse opslagtanks wordt nog verwezen naar de PGS 28. De reden hiervoor is dat er geen PGS-richtlijn was voor de opslag van andere gevaarlijke stoffen dan vloeibare brandstoffen in opslagtanks. Sinds april 2018 is hier verandering in gekomen door de PGS 31 ‘Overige gevaarlijke vloeistoffen: opslag in ondergrondse en bovengrondse tankinstallaties’.

De aangepaste Activiteitenregeling zal binnen korte tijd opgevolgd worden door het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Bij de aanpassing is daarom zo veel als mogelijk aangesloten op het Bal. Dit betekent onder andere dat voor ADR klasse 5.1 en ADR klasse 8 stoffen VG II en III alleen bodemvoorschriften zijn opgenomen. Daarnaast gaat de PGS 31 gelden voor de bovengrondse opslag van polyesterhars (≤10 m3) en PER (≤15 m3), voor ondergrondse opslag van genoemde organische oplosmiddelen en voor bovengrondse opslag van benzine tot driehonderd liter bij autodemontagebedrijven.

Vanuit veiligheidsoogpunt zijn er de volgende verbeterpunten:
- installatie volgens BRL K 903 voor ADR klasse 5.1 (voor een tank met ondergrondse leidingen) en PER;
- niet meer handmatig peilen van nieuwe tanks;
- extra voorschriften voor good housekeeping, logboek en het vullen van de opslagtank vanuit een tankwagen;
- aanhouden van afstand vanaf de opvangvoorziening van ontvlambare vloeistoffen (polyesterhars) tot aan brandbare objecten. Als het aanhouden van afstand niet mogelijk is, dan moeten aanvullende maatregelen genomen worden, zoals plaatsing van een brandmuur of een blus- en koelvoorziening.

Bron: Infomil