| Gelabeld in: Binnenvaart feiten&cijfers | 6 jan 2010 |
| Geplaatst door: Robert Tieman |
Zoals bekend zal het ADNR op 1 januari 2011 slechts nog maar verwijzen naar het ADN. Tot nu toe hebben de volgende landen het verdrag ondertekend: RU, NL, HU, AUT, BU, LU, DU, MOL, FA, SL, CR. Dit Europese verdrag betreffende het internationale vervoer van gevaarlijke goederen over de binnenwateren is middels het besluit vervoer gevaarlijke stoffen in Nederland van kracht. Begin 1976 heeft de economische raad voor Europa van de VN (UNECE) een aanbeveling gedaan tot instelling van een Europese regeling inzake het internationale vervoer van gevaarlijke goederen over de binnenwateren. Op basis van deze aanbeveling zijn voor verschillende Europese rivieren regelingen getroffen. Zo heeft de Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR) het ADNR opgesteld en de Donau-commissie het ADND voor de Donau. Aangezien hierdoor in Europa verschillende rechtssystemen met betrekking tot de binnenvaart ontstonden, is in het midden van de 90-er jaren het initiatief genomen om tot één regeling voor Europa te komen. Dit resulteerde in 2000 in het ADN. Begin dit jaar heeft de overheid aangegeven de overgangsmaatregelen van ADN(R) 1.6 te willen beëindigen. Voor alle circa 130 bestaande overgangsmaatregelen zijn harde data genoemd welke u kunt terugvinden door hier te klikken. Het ADN is echter niet geheel hetzelfde als het ADNR. Zo is de tabel van ADNR 1.6.7.2.1 niet overgenomen in het ADN. Dit betekent concreet dat men op 1 januari 2011 (met een mogelijke overgangstermijn van 6 maanden) geen overgangsbepalingen meer mag gebruiken bij de ombouw van een enkelwandig schip tot een dubbelwandig schip. Gevaarlijke Lading heeft een "poll" uitgezet om na te gaan in hoeverre het wenselijk is om enkelwandige schepen om te bouwen. Deze is te vinden rechtsboven op de website. Een poll met meer achtergrondinformatie dat ook voorgestelde koppelingen ten aanzien van het CDNI (Scheepsafvalstoffenverdrag) aan de orde zal stellen is hier beschikbaar. De resultaten zullen op den duur worden gecommuniceerd in het blad Gevaarlijke Lading.
Capaciteitsontwikkeling speelt een rol bij de afweging
Vorig jaar kon gesteld worden dat er nog circa 280 dubbelwandige tankschepen nodig zouden zijn om de capaciteit van de enkelwandige vloot (circa 550 schepen), welke in principe na 2018, slechts nog maar een zeer beperkte hoeveelheid gevaarlijke stoffen mag vervoeren, op te kunnen vangen. Dit was de conclusie van een afstudeer onderzoek van dhr. R. (Ronald) Kornet. Sinds deze tijd zijn er meer dan 90 tankschepen op de markt gekomen en is het te verwachten dat de 280 dubbelwandige tankschepen ruim voor 2018 op de markt zullen zijn met het gevaar van de vorming van overcapaciteit. Het is nog maar de vraag of er ook voldoende dubbelwandige tankschepen op de kleine vaarwegen ten behoeve van de depotbevoorrading zullen zijn.
Bouw nieuwe dubbelwandige tankschepen
2003 - 30 2004 - 59
2005 - 58
2006 - 45
2007 - 28
2008 - 59
2009 - 73 (nog niet bevestigd)




