| Gelabeld in: Regelgeving | 6 jan 2010 |
| Geplaatst door: Robert Tieman |
De vereiste inrichting voor de afgifte van restlading is zowel in het CDNI, Aanhangsel II, als in het ADNR 8.6.4.1 omschreven. Bij de interface schip-wal ontbreken echter aanwijzingen voor uniforme koppelsystemen voor de aansluitingen. In het CDNI, Aanhangsel II wordt een aansluiting conform CEFIC geëist. (zie onderstaand pictogram) De verwijzing naar CEFIC is echter in het ADNR 2009 geschrapt.
Onlangs is de Zwitserse Rijnhaven bij de afgifte van restlading verschillende keren ernstig verontreinigd als gevolg van het feit dat adapters aan elkaar gekoppeld zijn. Tevens bestaat er een gevaar bij de zogenaamde STORZ-koppeling dat deze koppelingen bij verkeerde handelingen loslaten. Een Zwitsers voorstel dat nu in behandeling is schrijft voor dat deze STORZ-koppelingen alleen nog maar gebruikt mogen worden voor het bunkeren van drinkwater, het dekwasleidingssysteem, het ballastwatersysteem en de aansluitingen van de blussystemen. Uniforme aansluitingen zorgen voor een veilige verbinding tussen wal en schip. Zonder voorschriften zullen talrijke verschillende koppelsystemen worden toegepast, iets dat door harmonisatie kan worden voorkomen.

Uitgaand van de reeds gestandaardiseerde aansluitingen in de voorschriften van het Reglement Onderzoek Schepen op de Rijn (ROSR art. 8.05 vulleidingen voor brandstoftanks; art. 8.09 oliehoudend water, afgewerkte olie; art. 15.14 huishoudelijk afvalwater) stellen de Zwitsers voor de installaties voor de afgifte van restlading twee normaansluitingen voor. Met uitzondering van de bijzondere gevallen zouden uitsluitend ELAFLEX (EN1305:1996) (bovenstaande foto links) en KAMLOK (bovenstaande foto rechts) gestandaardiseerde koppelsystemen moeten worden toegelaten.





