Uitspraak in geding Pembroek

Print     PDF
Rubriek

De Raad van State heeft een tussenuitspraak gedaan in de hoger beroepen van het college van burgemeester en wethouders van Wijdemeren en het bedrijf Pembroek te Loosdrecht tegen de uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland van september 2015 in het geding tussen Pembroek en het college.

In januari 2014 heeft het college aan Pembroek de gevraagde omgevingsvergunning voor het veranderen van een inrichting voor de productie van plantenextracten en aromacompounds gedeeltelijk verleend en gedeeltelijk geweigerd. In juli 2015 heeft de rechtbank het college in de gelegenheid gesteld om de gebreken in het besluit van januari 2014 te herstellen. Het college heeft daarop te kennen gegeven hier geen gebruik van te maken. In september 2015 heeft de rechtbank het door Pembroek ingestelde beroep gegrond verklaard en het besluit van januari 2014 vernietigd. Tegen deze uitspraken hebben het college en Pembroek hoger beroep ingesteld. In december 2016 heeft het college de aangevraagde omgevingsvergunning opnieuw gedeeltelijk verleend en gedeeltelijk geweigerd.

Beschermingsniveau

De zaak ging er onder andere om of er in de Galenicaruimte maatregelen worden getroffen die aansluiten bij het beschermingsniveau 1/1 van hoofdstuk 4 van PGS 15. In deze Galenicaruimte mogen meer dan 10.000 kg gevaarlijke stoffen aanwezig zijn en de ruimte wordt tevens gebruikt voor productiehandelingen. De kwestie was of het met het oog op de brandveiligheid noodzakelijk is dat in de inrichting onder meer een brandbeveiligingsinstallatie aanwezig is.

De rechtbank stelt dat voor de toepassing van PGS 15 het gelijkwaardigheidsbeginsel geldt. Dit beginsel houdt in dat andere maatregelen kunnen worden getroffen dan in de voorschriften van PGS 15 zijn opgenomen, zolang daarmee eenzelfde beschermingsniveau wordt bereikt. PGS 15 bevat onder meer voorschriften die zijn ontleend aan het Bouwbesluit, zoals voorschriften met betrekking tot brandcompartimentering. Daarnaast bevat PGS 15 aanvullende voorschriften, omdat de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen met betrekking tot de brandveiligheid meer maatregelen vereist dan waar in het Bouwbesluit rekening mee is gehouden. Als beschermingsniveau 1/1 is vereist, zijn zowel voorschriften ter zake van brandcompartimentering als een brandveiligheidsinstallatie van toepassing. Gelet hierop vindt de rechtbank niet dat het college de op grond van het Bouwbesluit getroffen voorzieningen had moeten kwalificeren als voorzieningen met een gelijkwaardig beschermingsniveau.

De Raad van State concludeert dat beide hoger beroepen gegrond zijn. De raad draagt het college van burgemeester en wethouders van Wijdemeren op om binnen twaalf weken na de verzending van deze uitspraak het gebrek in het besluit van januari 2014 te herstellen, en een gewijzigd besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken.

ECLI:NL:RVS:2017:2284