Schoonmaakbedrijf veroordeeld voor dodelijk ongeval mestsilo

Print     PDF
Rubriek

Een mestmixbedrijf uit Abbega en de directeur zijn door de rechtbank Overijssel veroordeeld voor het dodelijke ongeluk bij het schoonmaken van een mestsilo in Makkinga. De rechtbank oordeelt dat de man zijn zorgplicht voor de medewerkers ernstig heeft verzaakt. Het bedrijf krijgt een boete van 100.000 euro opgelegd. De directeur is veroordeeld tot een taakstraf van 240 uur en 1 jaar voorwaardelijke celstraf met een proeftijd van 3 jaar. Bij het ongeluk in 2013 kwamen drie mensen om het leven en raakte een ander zwaargewond.

Ten dode opgeschreven

De directeur liet twee van zijn werknemers onder levensgevaarlijke omstandigheden werken in een mestsilo, zonder dat zij een goede uitrusting hadden of voldoende waren voorgelicht. De directeur stelde zijn mensen bloot aan een situatie waarin de man in de silo ten dode was opgeschreven als er iets met  hem zou gebeuren en hij er niet zelf uit kon komen. Hierdoor zijn twee werknemers overleden. Ook de zoon van de veehouder, die de mannen probeerde te redden, is omgekomen. Een vierde slachtoffer heeft het ternauwernood overleefd.

Geen risico-inventarisatie

Er was geen risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) gemaakt voor het schoonmaken van mestsilo’s. De werknemers waren hierdoor ook onvoldoende voorgelicht. Ook waren er geen adequate maatregelen getroffen voor dit werk, door het gebruik van ondeugdelijke apparatuur. De werknemers waren onvoldoende beschermd tegen het gevaar dat gepaard gaat met de reiniging van mestsilo’s. Zij kregen bovendien geen doeltreffende hulpmaatregelen om te kunnen ontsnappen aan het gevaar dat op 19 juni 2013 bewaarheid werd.

Onderzoek verplicht

De rechtbank oordeelt dat de wettelijke verplichting tot een RI&E er niet voor niets is; het geeft invulling aan de algemene onderzoeksplicht, te vervullen zoals een zorgvuldig werkgever betaamt. Als het bedrijf en de directeur wel de verplichtingen in dat verband waren nagekomen, dan was bekend dat de beschikbaar gestelde hulp- en beschermingsmiddelen onvoldoende waren voor de gevaarlijke omstandigheden waaronder de werknemers hun werk in de mestsilo moesten doen. De rechtbank merkt op dat een werkgever simpelweg zijn mensen niet mag blootstellen aan een gevaarlijke arbeidsplaats, zoals een mestsilo, als er geen adequate bescherming of een noodplan is. Wat er verder ook zij van de haalbaarheid in praktische of financiële zin van dergelijke maatregelen.

ECLI:NL:RBOVE:2017:1097