Voorstel Verkeer & Waterstaat voor het gebruik van kunststof trossen internationaal succesvol
Tijdens de 16e vergadering van Working Party (WP) 15 AC.2 welke werd gehouden tussen 25 en 29 januari jl. is een Nederlands wijzigingsvoorstel besproken. In het ADN van 2011 zal randnummer 7.2.4.76 gewijzigd worden. Aan een lange periode van relatieve rust kwam in 2008 abrupt een einde. Het huidige randnummer was reden van diverse processen verbaal welke door de toezichthoudende diensten recentelijk geschreven werden. Een handvol zaken zijn op dit moment nog onder de rechter.
Huidige tekst ADNR 2009 - 7.2.4.76 Kunststoftrossen
Tijdens het laden en lossen mag het schip slechts dan met kunststoftrossen worden vastgemaakt, indien afdrijven van het schip door staaltrossen wordt verhinderd. Staaltrossen met een omwikkeling van kunstof- of natuurlijke vezels gelden als gelijkwaardig, indien de conform het Reglement Onderzoek Schepen op de Rijn vereiste minimum breeksterkte alleen door de staaldraadstrengen wordt bereikt. Bilgeboten, tijdens de overname van olie- en vethoudend scheepsbedrijfsafval, en bunkerboten, tijdens de afgifte van scheepsaandrijfstoffen, mogen echter met kunstoftrossen worden vastgemaakt. Voor droge lading schepen is ook een uitzondering gemaakt.
Het probleem bleek te zitten in de in ADN(R) 1.2 genoemde definities. Definitie bunkerboot: Een tankschip van het Type N open, dat gebouwd en ingericht is voor het vervoer en de afgifte van scheepsaandrijfstoffen aan andere schepen, met een laadvermogen tot 300 ton. Begin 2009 had de EBU (Europese Binnenvaart Unie) een eerste wijzigingsvoorstel ingediend echter dit werd tijdens een informele stemmingsronde met 4:3 weggestemd. Het voorstel van het ministerie van Verkeer & Waterstaat kon dit jaar echter wel op de steun rekenen van de diverse landen. Alleen CIPA - Non Governmental Organisation - International Committee for the Prevention of Work Accidents in Inland Navigation maakte een bezwaar tegen de testcriteria voor dergelijke trossen.
Aangenomen tekst ADN 2011- (Engels) 7.2.4.76 Synthetic ropes
During loading and unloading operations, the vessel may be moored by means of synthetic ropes only when steel cables are used to prevent the vessel from going adrift. Steel cables sheathed in synthetic material or natural fibres are considered as equivalent when the minimum tensile strength required in accordance with the Regulations referred to in 1.1.4.6 is obtained from the steel strands. "Oil separator vessels may, however, be moored by means of synthetic appropriate ropes during the reception of oily and greasy wastes resulting from the operation of vessels, as may supply vessels and other vessels during the delivering of products for the operation of vessels."

Toegenomen hoogteverschillen bij het bunkeren (Emma Maersk - VT Vlissingen) foto Schuttevaer.
- Eerder verschenen artikel: ADN(R) 7.2.4.76 vormt een knelpunt voor de bunker leveranciers.
Toegang archief
Aanmelden nieuwsbrief
Meld u nu aan voor de gratis digitale nieuwsbrief. Blijf maandelijks op de hoogte van actuele ontwikkelingen in de sector.Poll
De herziening van de PGS 15
Advertentie
Agenda
Hier vindt u een selectie van kwalitatief hoogwaardige cursussen en events die voor u, als vakprofessional in de sector van gevaarlijke stoffen, de moeite waard zijn.In Wesel (Duitsland)
Sprekers uit diverse landen informeren de...

