Nils Rosmuller (IFV): alternatieve brandstoffen: veiligheid is het gehele palet

Print     PDF

In de april 2017-uitgave van Gevaarlijke Lading schreef ik samen met Hans Spobeck over alternatieve brandstoffen[1]. We constateerden dat de kennis over veiligheid rondom alternatieve brandstoffen, zoals liquified natural gas (LNG) en waterstof (H2), volop in ontwikkeling is, tegelijkertijd ook nog gefragmenteerd aanwezig is, en dat veiligheid wordt gevormd door het gehele palet van beïnvloedingsmogelijkheden - dus ook de incidentbestrijding naast risicobeheersing.

Op 8 juni hebben het lectoraten Transportveiligheid en Brandweerkunde en de Brandweeracademie van het IFV een succesvolle bijeenkomst georganiseerd om de behoeftes rond LNG, H2  én battery packs (elektrische aandrijving) van diverse partijen te verkennen. Indachtig de titel van mijn lectorale rede[2] (‘Ketens verbinden, netwerken smeden’) hebben we specialisten van de veiligheidsregio’s, het NEN, het ministerie van I&M en RWS bij elkaar gebracht. Meer nog dan in het artikel geschetst bleek hier de noodzaak tot verbinden en tot de ketengedachte. Hieronder, wat mij betreft, enkele belangwekkende noties (4) uit de genoemde bijeenkomst. Elke notie op zich is belangrijk voor de veiligheid, maar het geheel van deze 4 maakt dat er daadwerkelijk van gewerkt wordt aan een veilige energietransitie.

Ketens verbinden

De eerste notie betreft het geheel van ketens. In mijn lectorale rede schetste ik het belang van vier ketens: de transportketen, de veiligheidsketen, de informatieketen en de keten van stakeholders.

Veiligheid betreft het geheel van deze ketens: van het kennen en beheersen van risico’s tot en met de beheersing en bestrijding van incidenten. Van productie tot overslag en transport, van rijden tot parkeren/stallen en van ‘tanken’ tot voertuigonderhoud tot het ontmantelen van voertuigen. Van Europees en Rijksbeleid tot protocollen op de werkvloer bij de veiligheidsregio’s en van informatie rondom het Basisnet tot de tankinhoud van een voertuig.

Het gehele palet

De tweede notie betreft de benodigde ondersteunende infrastructuur: Het is niet alleen de energie die wordt gebruikt om het voertuig aan te drijven waar de risico’s mee gepaard gaan. Het zijn ook de infrastructuren hieromheen die het mogelijk maken dat de energie beschikbaar is. Te denken valt hierbij aan het bulktransport van LNG over de weg, het water en het spoor. Te denken valt aan de energieopslagfaciliteiten bij elektrische laadpunten bij tankstations, maar ook aan de laadpalen bij u en mij in de straat. En, ook op straatniveau, de lokale opwekkingsmogelijkheden van elektriciteit uit zonne-energie en de lokale opslag hiervan bij u en mij in de woning. En als het dan gaat over lokale productie, dan mag waterstof niet ontbreken wat betreft de lokale productie en opslag bij tankstations.

Dit zijn allemaal bijkomende aspecten van de vergroening van onze energievoorziening waar veiligheidsregio’s enerzijds over moeten adviseren ten behoeve van vergunningverlening, en anderzijds, wanneer het misgaat, zijn dit objecten waar onze incidentbestrijders op af gestuurd worden om de gevolgen te gaan bestrijden.

Alle schakels

De derde notie betreft de schakels in de logistieke/transportketen. In al deze schakels hierboven spelen veiligheidskwesties die betrekking hebben op risicobeheersing, omgevingsveiligheid, incidentbestrijding en daarmee ook de arbeidsveiligheid - hulpverleners moeten veilig kunnen optreden. Het gehele palet aan gevaren en beïnvloedingsmogelijkheden moet daarom bezien worden om de benodigde kennis voorhanden te hebben. Ongeacht de vergunningverlening, incidentbestrijding of arbeidsveiligheid: kennis van de gevaarsmechanismen door de gehele keten is onontbeerlijk. Die kennis is enkel te genereren wanneer overheid en bedrijfsleven de handen ineenslaan, wanneer we nationale en internationale kennis uitwisselen en de energie bundelen om in gezamenlijkheid kennisvragen te beantwoorden middels toegepast wetenschappelijk onderzoek.

Reactief en versnipperd

De vierde notie betreft de betrokkenheid van de hulpdiensten. Hulpverlening zit nog teveel in de reactieve rol: ze worden niet of nauwelijks betrokken bij de invoering van alternatieve brandstoffen. Dit moeten veiligheidsregio’s zelf veranderen in een meer proactieve rol; de bijeenkomst op 8 juni was een mooi voorbeeld van hoe dit kan worden opgestart. Want er is volop energie in de veiligheidsregio’s; de kunst is het deze gericht in te zetten. Maar ook ministeries en bedrijfsleven moeten veiligheidsregio’s actief betrekken. Want veiligheid is een noodzakelijke randvoorwaarde om het Rijksbeleid van deze energietransitie verder doorgang te laten vinden. En dat is voor het Rijk zeker niet eenvoudig, want bij alternatieve brandstoffen spelen vier departementen een rol: IenM (externe veiligheid, schone brandstoffen), SZW (arbeidsveiligheid), VenJ (risicobeheersing en incidentbestrijding) en EZ (Energieagenda).

Nils Rosmuller is lector Transportveiligheid bij het IFV.

Rubriek