NIEUWE BLOG: Tankers gevaarlijke stoffen voorop in implementatie LNG als brandstof
De binnenvaart is al geruime tijd bezig om op het gebied van emissies een verdere noodzakelijke stap te maken om ook in de toekomst de meest duurzame vervoersmodaliteit te zijn. Ondanks het feit dat er tegenwoordig steeds meer verladers in de noodzakelijke multimodale gedachten meegaan, is het hard nodig om ook mee te gaan in het duurzaamheidvraagstuk, gelet op de wensen van de verladers, overheden en consumenten. Hier heeft de binnenvaart nog immer een troef in handen met name op het gebied van CO2.
De introductie van met name LNG (UN 1972) en diesel/elektrische voorstuwing is om diverse redenen interessant. Al in de onderzoeken CREATING en MAGALOG kwam LNG naar voren als een zeer interessante brandstof voor de binnenvaart. Onlangs is een studie gepubliceerd genaamd 'LNG keten analyse', die uitgevoerd is mede in opdracht van het Maritieme Innovatie Programma. Hierin wordt zelfs een terugverdienmodel verdedigd van vijf jaar, in combinatie met de emissie-eisen die pas in 2016 ((Stage IV) wettelijk verplicht zullen worden conform de nog door het parlement aan te nemen emissie-eisen van de NRMM (Non Road Mobile Machinery Directive). Op het gebied van CO2 zullen echter ook in 2016 geen normen gelden, terwijl hier de laatste jaren juist de klemtoon op gelegd wordt.
De implementatie van LNG als brandstof in een dual fuel-concept geven de volgende reducties ten aanzien van de huidige CCRII-motoren (sinds medio 2007 verplicht):
- CO2 circa 25%
- NOx circa 85%
- SO2 circa 100%
- PM10 circa 90%
Met deze cijfers komen de emissies nagenoeg op het niveau van de huidige EURO 6, die men in het wegtransport kent. Eind dit jaar komen de resultaten naar buiten van een andere studie genaamd LESAS. Deze studie, welke in combinatie met partners als VOPAK, Rolls-Royce, Caterpillar, TNO, DNV enNEN uitgevoerd wordt, zal meer ingaan op onderwerpen als veiligheid, bunkerprocedures, externe veiligheid, normeringen, Loss of Containment scenario’s, etc. Op dit moment worden er in diverse internationale overlegstructuren gesprekken gevoerd over het onderwerp LNG in relatie tot gevaarlijke stoffen. Ten behoeve van de implementatie van LNG in de binnenvaart wordt er gesproken in Brussel (gelet op de EU Richtlijn 2006/87), bij de CCR (Centrale Commissie voor de Rijnvaart) het Reglement Onderzoek Schepen op de Rijn (ROSR) en bij de UNECE (ADN). Tijdens de 19e zitting van Working Party AC.2, die van 22 t/m 25 augustus gehouden is, stond het onderwerp prominent op de agenda.
Op dit moment hebben een drietal consortia de procedure van art. 1.5.3.1 ADN formeel ingediend. Het betreft op dit moment uitsluitend ADN-schepen en in het ADN wordt, alsmede in bovengenoemde regelwerken, beschreven dat schepen alleen gebruik mogen maken van een brandstof met een vlampunt >55 graden Celcius. Het gaat om de volgende schepen:
- Arganon
- Eco-liner
- Type 1-tankers
ADN 1.5.3 luidt als volgt:
1.5.3 Gelijkwaardigheden en afwijkingen
1.5.3.1 Procedure voor gelijkwaardigheden
Indien de bepalingen van deze voorschriften voor een schip het gebruik of de aanwezigheid aan boord voorschrijven van bepaalde materialen, inrichtingen of uitrusting of het in acht nemen van bepaalde bouwtechnische maatregelen of bepaalde voorschriften dan kan de bevoegde autoriteit toestaan dat aan boord van dit schip andere materialen, inrichtingen of uitrustingworden gebruikt of aanwezig zijn of dat andere bouwtechnische maatregelen of andere voorschiften in acht worden genomen, indien deze overeenkomstig de aanbevelingen vastgesteld door de Ambtelijke Commissie, als gelijkwaardig zijn erkend.
De aangemelde schepen hebben dus niet de mogelijkheid om voor testen af te wijken ten behoeve van testdoeleinden zoals beschreven is in 1.5.3.2:
1.5.3.2 Afwijkingen ten behoeve van testdoeleinden
De bevoegde autoriteit kan op grond van een aanbeveling door de Ambtelijke Commissie een proefcertificaat van goedkeuring afgeven voor een beperkte tijd voor een specifiek schip dat is voorzien van nieuwe technische kenmerken, welke van deze voorschriften afwijken, op voorwaarde dat deze kenmerken voldoende veilig zijn.
Achter deze groep schepen zit een tweede, groeiende groep die de wetswijziging met de nodige belangstelling tegemoetziet. De klassebureaus Bureau Veritas en Lloyd’s Register hebben allerlei HAZID-studies uitgevoerd, ook studies die men al gebruikt in de zeevaart.
-
- Rules and Regulations for the Classification of Inland Waterways Ships, Lloyd's Register & Bureau Veritas
-
- Provisional Rules for the Classification of Methane Gas Fuelled Ships, Lloyd's Register.
-
- Interim Guidelines for Natural Gas-Fuelled engine installations in ships, IMO Resolution MSC 285(86) (IGF Code).
-
- Cryogenic vessel - Static vacuum insulated vessels Part 2: Design, fabrication,inspection and testing (EN13458-2).
-
- IMO International Code on Safety for Gas-Fuelled Ships (IGF Code) under development (ref. MSC/.285(86) / BLG 15/6)
-
- Bureau Veritas Rule Note NR 529 DTM R00 E Safety Rules for Gas-FuelledEngine Installations in Ships
-
- Classification of Hazardous areas: IEC 60079-1: Electrical apparatus for explosivegas atmospheres – Part 10.
Verschillende aspecten worden in de diverse diepgaande studies nader belicht, zoals de ventilatie in de machinekamer van 30 cycli per uur, waardoor de lucht boven de apparaten en kleppen waar het gasmengsel zich in bevindt vervangen wordt. Zo ook de hoeveelheid water voor het koelen van de opslagtank conform circulaire 285(86) van het Maritime Safety Committee (MSC) van de IMO: daarin wordt een capaciteit van 10 l/min/m2 en 4 l/min/m2 vermeld. In het ADN maakt men op dit moment melding van 50 l/uur/m2 (9.3.2.28). Op het gebied van opleiding staat beschreven dat de bemanning additionele training heeft genoten op het gebied van bunkeren en calamiteiten. De motorfabrikanten, fabrikanten van de opslagtanks en het LNG-systeem zullen hierbij betrokken zijn. Verder gaan de HAZID-studies in op preventieve maatregelen, potentiële effecten, gevaren, methoden om de effecten te minimaliseren op het gebied van brand, explosie, corrosie, lekkage, scheuring, etc. Wellicht dat verschillende landen nog aan- en opmerkingen hebben op de voorgestelde HAZID-studies.
Naar verwachting zal de ADN-wetgeving op korte termijn geen belemmering meer vormen voor het gebruik van LNG voor de motoren aan boord van ADN-schepen.
Op Youtube is een interessant kort filmpje te zien: http://youtu.be/cISgsYMw1sM
Gerelateerde artikelen
- Calamiteitenbestrijding op het water moet beter 06 februari 2012 • Robert Tieman
- Multilaterale overeenkomst ADN/M 002 gepubliceerd in Staatscourant 29 september 2011 • Bron:
- Duits ontgassingsverbod verruimd 08 mei 2012 • Louise Wagenaar
- Digitale aanmelding voor binnentankvaart april 2011
- CBRB: zorgen over Duits wetsontwerp ventileren ladingtanks 19 maart 2012 • Louise Wagenaar • Bron:
Inloggen voor abonnees
Over de auteur

Robert Tieman is directeur van het CBRB en verantwoordelijk voor de portefeuille gevaarlijke stoffen.
Whitepapers
-
Poster 'Tijdelijke opslag volgens PGS 15'
26 apr 2012 • Louise Wagenaar -
Wijzigingen IMDG 35-10 (2012)
13 dec 2011 • Louise Wagenaar -
Wijzigingen RID/ADR 2011
22 jul 2011
Agenda
-
Workshop Aan de slag met PGS 15
6 juni 2012 -
Masterclass Douane
7 juni 2012




Reacties
Plaats uw reactie