Michael Zevenbergen (CBRB): Oliezaadkoeken, een gevaarlijke lading?

Print     PDF

Oliezaadkoek klinkt als iets lekkers van vroeger, maar ik ben erachter gekomen dat het hier om iets heel anders gaat, een bijzondere (vervoers)tak van sport. Oliezaadkoeken is de verzamelnaam in de vervoerswetgeving van gevaarlijke stoffen voor oliezaadschilfers (expellers) (UN 1386)  en oliezaadschroten (UN2217). In de West-Europese zeehavens wordt jaarlijks circa twee miljoen ton lading overgeslagen in binnenvaartschepen, die dit verder vervoeren als los gestorte droge lading naar mengvoederbedrijven in het achterland. De oliezaadkoeken leveren calorische waarden voor diervoeders en leveren zo een bijdrage aan de circulaire economie.

ILT heeft begin van het jaar twee inspecties uitgevoerd bij de boord-boordoverslag van oliezaadkoeken vanuit zeeschepen in binnenvaartschepen. Hierna hebben ze waarschuwingen uitgedeeld en de brancheverenigingen aangeschreven om de sector te te melden dat het vervoer in ADN-chepen plaats moet vinden. Is dit een onterechte actie van ILT? Nee, helemaal niet, ILT heeft gelijk. De oliezaadkoeken komen onder de zeevaartvervoerswetgeving IMSBC Code binnen als gevaargoed, mét een UN-nummer. Weliswaar met iets andere indelingscriteria, maar ook in het ADN (en ADR en RID) zijn de oliezaadkoeken ingedeeld in de vervoertabellen, en zijn dus gevaarlijke stoffen. Dit betekent dat de stof in ADN-schepen moet worden vervoerd.

“We doen het al 25 jaar zo” is de dooddoener die vaak naar boven komt als er kritiek komt op een bepaald proces. En inderdaad, al 25 jaar worden oliezaadkoeken niet in ADN-schepen vervoerd en al 25 jaar blijkt er nooit broei aan boord van een binnenvaartschip te hebben plaatsgevonden. Gelukkig dan maar. Maar dan komt de veiligheidskundige in mij om de hoek en die zegt: ‘het kan wel wezen dat het al heel lang goed is gegaan, maar dat zegt niets over de vraag of dit nu wel of niet veilig is.’ Het kan ook gewoon ‘geluk’ zijn geweest dat er nooit iets is gebeurd. Dus, dit moet objectief nader worden bekeken.

En dit is precies waar de sector in de afgelopen maanden hard aan heeft gewerkt. De BAM in Duitsland heeft negen monsters van de meest vervoerde oliezaadkoek Palmpitschilfers oftewel Palm Kernel Expellers (PKE) getest  om te bepalen of het hier om een gevaarlijke stof gaat. Uit  testresultaten blijkt dat dat deze stof niet aan de indelingscriteria voldoet. Met deze testrapporten in de hand wordt in Genève de vraag verder behandeld of de PKE in ADN-schepen zal moeten worden blijven vervoerd.
Voor de sector is deze discussie van groot belang, omdat het anders zomaar zou kunnen dat deze grondstoffenstroom van twee miljoen ton weg zou vallen. Maar dat vind ik zelf niet eens het belangrijkste gedeelte van de discussie. Belangrijker is om - los van het type schip waarin de oliezaadkoeken uiteindelijk vervoerd zullen gaan worden - de risico’s in kaart te brengen en te minimaliseren. Want daar is in het ADN nog niet goed naar gekeken. Immers, áls er broei plaatsvindt, kan dit onder andere zuurstof uit de ruimen onttrekken. Hier zal de bemanning op moeten worden geattendeerd en daarvoor zullen maatregelen moeten worden opgesteld. Er zal nog wel wat water door de Rijn stromen voor in Genève de beslissing zal vallen. Wordt vervolgd!

Dit onderwerp wordt ook besproken bij de CBRB - Gevaarlijke Lading/Sdu Themamiddag Regelgeving.

Michael Zevenbergen is secretaris Gevaarlijke Stoffen en Veiligheid bij CBRB